Vorstenbosch, Sint Lambertuskerk

Interieur van de kerk van 1933.

De parochie Vorstenbosch is van betrekkelijk jonge datum. Oorspronkelijk behoorden de bewoners van Vorstenbosch tot de parochie Nistelrode, al kerkten zij ook reeds lang in de kapel van Bedaf. Tegen het midden van de vorige eeuw zou daarin verandering komen. Onder opzicht van B. Kievits en naar ontwerp van L. Rijsterborch, de architect van Rijkswaterstaat, die ook de kerk van Nistelrode had ontworpen, werd een kerk gebouwd, waarvan de fundamenten in 1846 gelegd werden. De kosten bedroegen f 7975.-! Op 5 october 1846 was het kerkgebouw gereed. De plechtige inwijding vond plaats op 27 april 1847, bij welke gelegenheid het volgende tijdvers werd gemaakt: "Vere MetUenDUs est LoCUs Iste, nUnC aLtIUs eXstUrgens". De vertaling luidt: "Deze plaats is waarlijk vreeswekkend en nu rijst deze verder omhoog." De hoofdletters vormen, als romeinse cijfers gelezen en opgeteld, het jaartal 1847. De nieuwe kerk was bescheiden van afmetingen: een eenbeukig schip van 9.50 m x 18 m, voorzien van een hoorabsis van 4.50 m in het vierkant. De nok van bet gestucadoorde gewelf lag op 9 m hoogte. Voor de koorzangers was er een tribune van ongeveer 2.50 m diep. De aanvankelijke breedte is niet bekend. Wij gaan op deze afmetingen zo diep in, omdat het latere orgel voor dit gebouw werd ontworpen. Aan een orgel viel voorlopig niet te denken zodat de koorzangers het ruim dertig jaar zonder een begeleidingsinstrument moesten stellen. Zelfs geen harmonium is er geweest.

Veel inwoners van Vorstenbosch hebben misschien nooit beseft dat zij een kostbaar monument in hun parochiekerk hadden. Dat ligt voor de hand want het orgel had vele jaren gezwegen en ook voor die tijd was de klank niet optimaal. Orgelbouwer Kuijte plaatste het instrument in 1880 in de oude Waterstaatskerk. Na het gereedkomen van de nieuwe kerk in 1933 is het orgel daarheen overgeplaatst.

Kuijte-orgel 1880

In 1876 was het zover dat er een plan voor een geheel nieuw orgel werd ingediend door Adrianus Kuijte, een 33-jarige orgelmaker te Oss en telg uit het orgelmakersgeslacht Van Eijsdonck-Van Nistelrooy-Kuijte, dat begon met Paulus van Eijsdonck (1707-1773) en eindigde met Adrianus Kuijte (1843-1912).

De begroting door Kuijte voor de bouw van het orgel.

Restauratie 1994

Na de overplaatsing van het orgel in 1933 geraakte het in verval. Individuele pogingen tot restauratie mislukten. Pas in 1987 werd de stichting het Kuijte-orgel van Vorstenbosch in het leven geroepen met het doel de volledige restauratie van het orgel te bewerkstelligen. De grote doorbraak kwam toen het Kuijte-orgel officieel tot monument werd verklaard. De stichting zag zich voor de taak gesteld f 230.000,- bijeen te brengen. De gemeente Nistelrode kwam als eerste met een belangrijke financiële toezegging. Later volgden Monumentenzorg, diverse stichtingen, congregaties en talrijke begunstigers van binnen en buiten het dorp. Vorstenbosch liet zich niet onbetuigd. Met groot enthousiasme werden goederen en diensten aangeboden voor twee veilingen die een fors bedrag opleverden. Vorstenbosch bleek opnieuw een kern waar pit in zit. Verenigingen en individuele inwoners hebben zich enorm ingezet. In december 1992 kon de orgelbouwer `érmeulen beginnen met de ontmanteling van het orgel. De restauratie vond gedeeltelijk plaats in het atelier van de orgelbouwer in Weert en gedeeltelijk in de kerk. De orgelkast, die imitatie eiken geschilderd was, paste destijds goed in de lichte Waterstaatskerk. In de huidige kerk met zijn schoon metselwerk komt een lichte kast beter tot zijn recht. In overleg met de adviseur en orgeldeskundige Hans van der Harst en orgelbouwer Vermeulen werd daarom besloten de gerestaureerde orgelkast licht te schilderen en de ornamenten te accentueren met bladgoud.

Op 1 mei 1994 werd het Kuijte-orgel opnieuw in gebruik genomen met een korte plechtigheid en bespeling van het orgel.
De Vorstenbossche gemeenschap kan trots zijn op zijn unieke instrument. Moge het tot in lengte van jaren in zijn volle pracht blijven klinken.
Rinus van de Koolwijk
Voorzitter Stichting het Kuijte-orgel.

Dispositie

Manuaal I Onderpositief (C-g''') Manuaal II Hoofdwerk (C-g''') Pedaal (C-e')
Salicionaal 8'
Bourdon 8'
Fluit traverso 4'
Fluit 4'
Picolo 2'
Fagot 8' bascant
Houtbois 8' discant.
Prestant 8'
Bourdon 16'
Viola di Gamba 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Quint 2 2/3'
Fluit Harmonique 4'
Trompet 8'
Subbas 16' (transmissie van Bourdon 16')

Het pijpwerk

Manuaal I, Onderpositief, C-g3, 56 tonen. Pijpopstelling in V-vorm.
Opstelling v.a. front:
1. Salicionaal 8'; groot octaaf quintadeenpijpen, de overige cylindrisch open. Expressions; de pijpen e' t.m. eis' als frontpijpen, tin gepolijst. Vervaardigd door Chwatal.
2. Bourdon 8'; groot-octaaf eiken, rood geschilderd, rest metaal. Chwatal.
3. Fluit traverso 4'; C t.m. fis' 3 zijden fijn grenen, voorzijde eiken. Van g' t.m. e3 perehout. De 7 hoogste metaal. Vanaf g' dubbele lengte en door gaatjes overblazend. Het pijpwerk is vervaardigd door een Duitse speciaalfabriek (Chwatal?).
4. Fluit 4'; e t... f2 gedekt, fis2 t.m. g3 conisch open.
5. Picolo 2'; groot octaaf cylindrisch open pijpwerk. Vanaf e" tot einde dubbele lengte, overllazend met gaatjes. C t.m. f' met zijbaarden. C t.m. d' expressions, de overige op toon afgesneden.
6. Fagot 8' bas; cylindrisch en met heleerde kelen; factuur á la het Van Nistelrooijtongwerk te Teeffelen.
7. Houtbois 8' discant. Factuur als de Hauthois van het orgel in de St. Servaas te Maastricht; dubbele conus. De deling van Fagot/Houtbois ligt tussen fis' en g'.

Manuaal II, Hoofdwerk, C-g3, 56 tonen. In de laden 25 extra ventielen voor de transmissie van de Bourdon 16'/ Subbas 16'. De pijpopstelling is piramidaal, dus van het midden naar opzij aflopend.
1. Prestant 8', C t.m. fis' nieuwe frontpijpen in de 3 torens. g' t.m. h' in de onderste tussenvelden, oud; de overige pijpen ook op de laden, eveneens oud. Pijpwerk van Chwatal. C t.m. eis 3 expressions, de hoogste 6 op toon afgesneden.
2. Bourdon 16'; C t.m. H eiken, Vermeulen ± 1870. e' t.m. h' eveneens eiken, oud; pijpwerk discant metaal, Chwatal.
3. Viola di Gamba 8'; groot-octaaf in combinatie met het volgende register. De overige pijpen Devos (Inser. Viole Gamhe 8p 44N). Op de 6 hoogste na met expressions.
4. Holpijp 8'; Groot-octaaf eiken, rest metaal, Chwatal.
5. Octaaf 4'; 44 met expressions, de 12 hoogste op toon afgesneden. Chwatal.
6. Quint 2 2/3'; C t.m. 6' expressions, de overige op toon afgesneden. Alle pijpen van Chwatal. Inscriptie op C Quinte 2 2/3'; op F Octav 2'(!) De eerste 9 pijpen hebben geleidelijk afnemende geronde opsneden.
7. Fluit Harmonique 4'; de 24 grootste cylindrisch open pijpwerk van normale lengte; de 32 volgende met dubbele lengte en overblazend met gaatjes. Pijpwerk van Devos met inscripties FLUTE HARMONIQUE 8 P 56 N.
8. Trompet 8'; tongwerk van Devos met metalen stevels en koppen. Koppen Duits, kelen Frans. De 16 hoogste repeteren in bekers met dubbele lengte. Hetzelfde tongwerk troffen wij onlangs aan in het orgel van de St. Bonifatiuskerk te Zaandam, dat in dezelfde tijd door Ypma bij Devos besteld werd.

Pedaal. C t.m. e', transmissie van Bourdon 16'. Er zijn geen terugslagklepjes in de windlade, zodat bij inschakelen van beide registers 16' alle getrokken stemmen meedoen in het Pedaal.

Het metalen pijpwerk van Devos heeft z.g. traces de Louche; dat zijn paralelle ritsen terzijde van het bovenlabium. Boven dit labiumdeel loopt de rest in een vage punt naar boven. De voeten van de Devospijpen hebben naar Franse traditie meer lood in hun alliage, niet uit goedkoopte, maar omdat men in Frankrijk "op de voet intoneerde", waarvoor deze in vrij week metaal werd uitgevoerd. Het metalen pijpwerk van Chwatal bestaat uit gewalst metaal, niet scherp in spitsloogvorrn ingeritst.

Het orgel is voorzien van twee treden, links voor de pedaalkoppel, rechts voor die van het manuaal. De toonhoogte is a-435 tr. bij 18* Celsius. De winddruk bedraagt 85 mm, zoals uit een aantekening, gereproduceerd door Wout van Kuilenburg, blijkt.