Tilburg

NH Pauluskerk

Heuvelstraat 141 google.nl/maps

Concerten

Geen concerten gepland
 

De kerk

Deze kerk van de Protestantse Gemeente van Tilburg en Goirle is in 1822-1823 gebouwd door en naar ontwerp van aannemer N. van der Waals. Het gebouw is in 2004 ingrijpend gerestaureerd evenals het uit 1765 daterende orgel van Johann Heinrich Bätz. In het interieur zijn verder de herenbanken en de preekstoel bezienswaardig.
De kerk is tegenwoordig in gebruik door de GKIN, een protestante kerkgemeenschap van en voor Indonesische mensen in Nederland, regio Tilburg.
www.pauluskerktilburg.nl

 

Het J.H.H. Bätz-orgel (1765)

Fotos Wim van der Ros

Door Wim van der Ros

Op 19 mei 2006 werd tijdens een kerkdienst in de Hervormde Pauluskerk in Tilburg de voltooiing van de restauratie van kerk en orgel gevierd. Het nu gerestaureerde orgel werd oorspronkelijk door J.H.H. Bätz gebouwd in 1765 voor de sinds 1633 bij de Hervormde gemeente in gebruik zijnde Heikese kerk. Toen deze kerk bij Koninklijk Besluit in 1821 weer aan de katholieken moest worden overgedragen, moesten de hervormden een nieuwe kerk bouwen: de huidige Pauluskerk. Van Hirtum plaatste in 1824 het orgel over naar deze veel kleinere kerk. Bij diverse restauraties werd het orgel qua aanleg en dispositie gewijzigd. De huidige restauratie, uitgevoerd door de Gebr. Van Vulpen te Utrecht onder advies van Wim Diepenhorst, bracht het orgel zoveel mogelijk terug in de oorspronkelijke situatie.
Opdracht tot de bouw in 1763
Aanvankelijk moesten de hervormden in Tilburg in de Heikese kerk, de voormalige parochiekerk zij het zonder orgel stellen, maar rond 1760 kwamen er concrete plannen om een orgel aan te kopen. Vanwege zijn reputatie o.a. door het in 1758 opgeleverde orgel in Oosterhout, kreeg J.H.H. Bätz in november 1763 de opdracht hier het nieuwe orgel te bouwen. Het definitieve contract wordt op 4 mei 1764 met Bätz getekend. De aanneemsom van 2.800 guldens is dan inclusief “de orgelkas met alle deszelfs ornamenten, soo van snijwerk boven op het orgel als voor het pijpwerk, het geene soo van vooren van agteren, en op beijde de seijden in het gesigt is te maeken conform de teekening daarvan …” Overeengekomen wordt “…sonder wettige verhindering…” het orgel te leveren in mei of juni 1765.
Het bestek vermeldt als dispositie:
De manuaalomvang is C-d’’’; het aangehangen pedaal heeft een omvang van C-c’. De windvoorziening wordt gevoed vanuit “… drie suffisante blaesbalken ingelijks van Eijkenhoud lang 6 voet en 2 duijm en breed 4 voeten, Rijnlandsche maet …”.
Op 28 september 1765 wordt het orgel geëxamineerd door de organist van de Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch, Otto Wiechers.
Overplaatsing naar de Pauluskerk
Waar met name de kerkelijke situatie in Tilburg nadrukkelijk gewijzigd is, wordt bij decreet van Lodewijk Napoleon in 1809 de kerk teruggegeven aan de Katholieken. Bij Koninklijk Besluit van 19 nove
mber 1821 door Koning Willem 1 wordt een derde deel van de goederen en fondsen van de parochiekerk toegewezen aan de Nederlands Hervormde kerk, waarbij orgel, kansel en herenbanken zo eigendom blijven van de Hervormde Gemeente. Plannen voor de bouw van een nieuwe (Hervormde) kerk komen in 1822 ten uitvoer.
De Pauluskerk wordt op 4 mei 1823 ingewijd en de orgelmaker H.B. van Hirtum plaatst daarna het orgel over naar de nieuwe kerk. Op 11 juli 1824 wordt het orgel in gebruik genomen.
Wijzigingen in 1937 en in 1960
De firma Spiering krijgt in 1937 de opdracht het orgel te restaureren. Uit rapporten van deze firma blijkt dat voordien al diverse ingrijpende wijzigingen hebben plaats gevonden. De restauratie door Spiering omvatte algehele revisie van het mechanisch gedeelte, zoals windladen, klavier, pulpeten, ventielen, slepen, conducten en blaasbalg enz. Geheel vernieuwd is de Trompet 8’ bestaande uit 54 pijpen. Aangebracht is een tremulant met regelbaar slagtempo. Voorts een Meidinger windmachine met kanalen en ventielen. Ook werden de grootste 27 pijpen van de Bourdon 16 voet op een pneumatische transmissielade geplaatst, zodat deze stem ook zelfstandig op het pedaal kon klinken. Waar nodig vernieuwde hij pijpwerk.
Precies 20 jaar later, op 15 juli 1957, wordt door de Fa. J. de Koff & Zn. een offerte uitgebracht voor restauratie van het orgel. Op 9 september van dat jaar ontvangen zij de opdracht. Op een aantal zaken wordt nadrukkelijk nagestreefd de Bätz-situatie te herstellen, op een aantal punten gebeurt dat helaas niet. De Koff herstelt de oorspronkelijke aanleg, waarbij ook de registertrekkers (die ooit boven de klavieren waren geplaatst) terugkeren aan weerszijden van de klaviatu
ur. Klaviatuur, registratuur en regeerwerk wordt volledig vernieuwd. De windladen worden gerestaureerd en de pneumatische transmissielade voor de pedaal-Bourdon wordt vervangen door een drietal mechanische transmissieladen. Er wordt o.a. een nieuwe Mixtuur 3-4-6 sterk geplaatst met een samenstelling zoals in Benschop (J.H.H. Bätz, 1755). Een andere, oude Trompet 8 voet wordt geplaatst, waarbij kelen en tongen vernieuwd worden. Vermoedelijk dateert dit register uit 1823. Tevens plaatst De Koff een nieuw register Flageolet 1 voet. Het dubbelkoor van de Prestant 8 voet wordt niet aangesloten. Deze gefaseerde restauratie liep uit tot in 1965.
De restauratie in 2006 door Gebr. Van Vulpen
Tegelijkertijd met de kerkrestauratie werd recent ook de restauratie van het orgel uitgevoerd. Waar het orgelbalkon verkleind werd naar de oorspronkelijke situatie, diende het orgel ook weer naar achteren op de oude plek te worden geplaatst.
Een belangrijk aspect bij de huidige restauratie was de reconstructie van de oorspronkelijke aanleg van de mechanieken en de klassieke windvoorziening. Dat impliceerde o.a. een reconstructie van alle mechanieken met de plaatsing van een staartklavier in de maatvoering van Bätz, het laten vervallen van de transmissie van de Bourdon en het maken van een opliggende tremulant in de stijl van Bätz. Het verend sleepsysteem werd verwijderd, nieuwe pulpeten werden aangebracht, en de ventielen werden opnieuw beleerd. Van Vulpen vervaardigde twee nieuwe spaanbalgen in de oorspronkelijk door Bätz aangegeven maatvoering, welke in een balgstoel – waarbij de balgen ook te treden zijn - achter het orgel werden geplaatst. Een pedaalklavier (met handhaving van de uitbreiding naar 27 tonen) en de orgelbank zijn nieuw gemaakt in de maatvoering en stijl van Bätz. Ook werd de gehele kas hersteld, waarbij met name het snijwerk bijzondere aandacht kreeg. Veel stukken waren ernstig aangetast door houtworm en moesten deels vernieuwd worden. Het schilder- en verguldwerk van kas en snijwerk werd uitgevoerd door het schildersbedrijf W. van den Berg uit Lienden.
Voor wat betreft het pijpwerk zijn de frontpijpen ontdaan van de aangebrachte aluminiumverf en opnieuw gepolijst, terwijl de labia belegd werden met bladgoud. Ook zijn de dubbelkoren van de Prestant 8 vt weer aangesloten. Inventarisatie van het pijpwerk tijdens de restauratie bracht aan het licht dat er verschuivingen hadden plaatsgevonden van o.a. het pijpwerk van de Mixtuur. Men vond in de diverse prestantregisters nog 87 pijpen van de oorspronkelijke mixtuur. De registers Octaaf 4 vt, Quint 3 vt en Octaaf 2 vt kregen mede daardoor deels nieuw pijpwerk. De Flageolet is vernieuwd en uitgevoerd op 1½ vt. Het groot octaaf van Bourdon (eiken) en het groot octaaf van de Roerfluit werden nieuw gemaakt.

Tilburg heeft een herboren Bätz. Qua uiterlijk schittert het voor deze kerk relatief grote front majestueus in de kerkruimte. Voor de provincie Noord-Brabant is dit een prachtig klankvoorbeeld van de Hollandse school uit de 18e eeuw. Ook qua klanksterkte is herkenbaar dat dit orgel ooit gebouwd is voor een grotere kerk. Dat vereist een zorgvuldige registratie. Het palet aan klankkleuren van de individuele registers en combinaties daarvan is verrassend fraai.

Bronnen:
Gert Oost, De Orgelmakers Bätz, Alphen a/d Rijn, 1975
Frans Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900, ’s-Hertogenbosch, 1983
Gemeentearchief Tilburg [304-B-29/30] Bestek en Conditien waarna Johan Hendrik Hartman Bätz heeft aangenomen te maaken en leveren een nieuw Orgel in de Gereformeerde kerk tot Tilborgh, Utrecht, 1763
Hans van Nieuwkoop (red.), Het Historische Orgel in Nederland 1726-1769, NIvO Amsterdam, 1997
W.J.C. Diepenhorst, Rapport betreffende het orgel in de Herv. Kerk te Tilburg, Zeist, mei/juni 2001

Dispositie:

Manuaal

Diversen

Prestant 8'
Bourdon 16'
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Quint 3'
Gemshoorn 4'
Super Octaaf 2'
Flagolet 1½'
Cornet 4 sterk
Mixtuur b/d 3-4-6 sterk
Trompet b/d 8'

Tremuland
Afsluijting

Pedaal aangehangen

Manuaalomvang C t/m d’’’
Pedaalomvang C t/m d’

Winddruk 70 mm WK
Stemming gemodificeerde middentoon.
Toonhoogte ca. halve toon onder normaal.

de speeltafel. De klaviatuuris in oude glorie hersteld.
(In het midden het manuaal met links en rechts de knoppen van de verschillende stemregisters)

De genummerde ventielen in de lade met geopende voorslag. (Door indrukken van een toets opent het ventiel en stroomt lucht in de pijp)

De stevels van de in 1960 geplaatste historische Trompet hebben schriftelijk hun toonhoogte meegekregen. De stevels dragen de orgelpijp.

 

Muziek CD

CD 'Ad van Sleuwen bespeelt het Bätz-orgel (1765) Pauluskerk te Tilburg'. (opname 31 maart en 1 april 2008)

Uitgave 2008 Brabantse Orgelklanken. Tel. 013-5435762.

Enkele geluidsfragmenten van deze CD:

Georg Friedrich Böhm, Partita 'Ach wie nichtig, ach wie flüchtig'

Abraham van den Kerckhoven, Fantasia in a

Johann Ludwig Krebs Preludium en koraal over 'Jesu meine Freude'


De Midden-Brabantse Orgelkring