Steenbergen

RK St.Gummaruskerk

De kerk

De geschiedenis van de Dekenale Kerk van de H. Gummarus gaat terug tot in de 17e eeuw. Toen in 1679 pastoor Jacobus Kerckers naar Steenbergen kwam, vestigde hij zich voorlopig buiten de stad in een huis op Welberg, waar een schuur als kerk diende. Pas in 1708 kon hij een schuilkerk aan de Kleine Kerkstraat in gebruik nemen, die hij toewijdde aan de heilige Gummarus. Oogluikend werd de katholieke eredienst binnen de stadswallen toegestaan.
Eind 19e eeuw werd een grotere kerk gewenst, die opgetrokken werd achter de bestaande. Ze werd ontworpen door architect Dr. P.H.J. Cuypers, zijn zoon Jos Cuypers en Jan Stuyt hebben het verder uitgewerkt. Op 14 juli 1903 werd de kerk door de toenmalige bisschop van Breda, Mgr. Petrus Leijten, ingewijd. Ze is georiënteerd: dat wil zeggen, dat het altaar aan de oostzijde staat. Ondanks de ruim 1100 houten heipalen begon het gebouw al snel na de bouw te verzakken. Om de steeds verdergaande scheurvorming te stoppen, werd aan de noordzijde, bij wijze van steunbeer, de Lourdeskapel gebouwd en aan de zuidzijde werd om dezelfde reden het toegangsportaal belangrijk vergroot.
Op het eind van de 2e wereldoorlog - op 30 oktober 1944 - werd de toren en daarmee ook het kerkgebouw en het orgel door de bezetters op hun aftocht verwoest. Alle kappen van de kerk werden vernield, met vrijwel al het glas-in-lood. Het herstel werd ter hand genomen en in 1949 kon de kerstnacht weer gevierd worden in de kerk. De bijna 80 meter hoge toren werd in 1960 herbouwd en zo hoort de St. Gummaruskerk weer tot het vertrouwde beeld in de stad.

De orgels.

Het Vermeulen-hoofdorgel (1951)

Pasen 1951 leveren de Gebrs. Vermeulen uit Weert een nieuw drieklaviers orgel met elektro-pneumatische traktuur.


Het orgel is ontworpen en gebouwd naar het electro-pneumatische systeem onder advies van de Zeereerw. Zeergel. Pater Dr. E. Bruning o.f.m. lid van de R.K. Klokken- en Orgelraad.

Uittreksel uit het keuringsrapport:

"Wat de uitwendige aanblik en afwerking van het orgel betreft, zal iedereen moeten toegeven dat het orgel een sieraad is voor de geheel gerestaureerde kerk, en in zijn kloeke opbouw geheel en al in overeenstemming is met de machtige proporties van het kerkgebouw. De interne structuur van het instrument is zeer degelijk en geheel volgens de voorschriften van het bestek."
"De electrische speeltafel van zulk een orgel is een zeer gecompliceerd geval, dat echter met buitengewone zorg is afgewerkt."
"De intonatie van de verschillende registers is zeer karakteristiek uitgevoerd; het pedaal geeft een stevig fundament en bevat tegelijkertijd alle mogelijkheden voor een mooi Trio-spel; van bijzondere kwaliteit zijn te roemen de Trompet en Salicionaal van het 3de Manuaal; verder de Kwint en de Super-Kwint."


De dispositie

Manuaal I C-g'''
Manuaal II C-g'''
Manuaal III C-g''' Pedaal C-f' Koppelingen Diverse functies
Prestant 8
(Gemshoorn 8)
Bourdon 8
Octaaf 4
Fluit 4
Octaaf 2
Cornet 5 st.
Mixtuur 4-6 st.
Trompet 8
Spitsfluit 8
Holpijp 8
Zing. Prestant 4
Roerfluit 4
Quint 2 2/3
Piccolo 2
Flageolet 1
(Mixtuur 4 st.)
(Kromhoorn 8)
(Zachtgedekt 16)
(Prestant 8)

Salicionaal 8
(Voix Celeste 8)
Roerfluit 8
(Prestant 4)
Gemshoorn 4
Superquint 1 1/3
Woudfluit 2
Terts 1 3/5
(Cymbel 4 st.)
Trompet 8
(Schalmei 4)
Contrabas 16
Subbas 16
Octaaf 8
Gedekt 8
Koraal 4
(Ruischpijp 3 st.)
Bazuin 16
Trombone 8

Pedaal + Manuaal I *
Pedaal + Manuaal II *
Pedaal + Manuaal III *
Manuaal I + Manuaal II *
Manuaal I + Manuaal III *
Manuaal II + Manuaal III *
Pedaal + Manuaal III 4
Manuaal II + Manuaal II 16
Tremolo.

* met voetdrukknop en wisselwerking

DRUKKNOPPEN
Automatisch Pedaal Manuaal II met 6 vrije versterkingen.
Automatisch Pedaal Manuaal III met 6 vrije versterkingen.
Vaste Combinaties: PP. P. MF. F. FF. Tutti.
TWEE VRIJE COMBINATIES.
Generaal Register Crescendo
Oplosser voor de nr. 2 tot en met 9.
Tongwerkafsteller.

Zes voetdrukknoppen in wisselwerking op de normaalkoppelingen.

Trede voor Zwelkast Manuaal III, mechanisch.
Trede voor Generaal Register Crescendo.

De registers tussen haakjes zijn gereserveerd en nooit aangevuld.
Het electro-gedeelte heeft de permanent aandacht van de heer Henk Bolders uit Steenbergen.

 

Koororgel

Het Maarschalkerweerdorgel is oorspronkelijk in 1903 voor het St. Jozefgesticht in Roosendaal gebouwd. Nadien is het overgeplaatst naar het klooster van de zusters Mariadal te Roosendaal. Toen het daar niet meer nodig was ging het orgel naar Halsteren naar het Bejaardentehuis St. Elisabeth. Bij de nieuwbouw wilde men het orgel niet terugplaatsen waardoor de St. Gummaruskerk de gelegenheid kreeg het orgel te kopen. Door eigen mensen is het in 1978 overgebracht en kreeg het een plaats voor het Maria-altaar, linksvoor in de kerk. De orgelbouwer Patrick Collon heeft in 1982 het pijpwerk geëgaliseerd.


De dispositie

Manuaal C-f
Pedaal C-B
Prestant 8' vanaf c
Holpijp 8' B/D
Gamba 8' vanaf c
Fluit 4'

deling bas en discant: B/c.

Aangehangen

 

Kistorgel Lourdeskapel

Verder beschikt de kerk over een mechanisch kistorgel uit 1972, type Coro M146, van Pels & Van Leeuwen uit Alkmaar voor de Lourdeskapel. Het orgel heeft twee registers: Roerfluit 8' en Prestant 2' die ieder via mechanische transmissie een extra stem leveren: Fluit 4' en Octaaf 1'.

 

Bron gegevens: met toestemming van de heer Flip Veldmans.

Meer info over de kerk- en orgelgeschiedenis zie www.veldmans.com