Kerkstraat 34
5161 ED Sprang-Capelle


google/maps




www.hervormd-sprang.nl/






(voor het Van Vulpen-koororgel klik hier)


Het Houben-orgel (1728)



Het in 1728 door Thomas Houben voor de Waalse kerk in Dordrecht gebouwde orgel werd in 1869 in Sprang geplaatst. Houben uit Ratingen (D) was een leerling van Peter Weidtman. De dubbele lijsten tussen onder- en bovenkas en het hoekige front zijn hierbij herkenbaar. Houben bouwde het orgel in Dordrecht met hoofd- en rugwerk en aangehangen pedaal. Twee jaar na oplevering voegde Houben een Cimbal toe aan het hoofdwerk. Door zowel Rudolph Garrels (1738) als Jacob François Moreau (1743) werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd. In de jaren 1771-1795 had Hendrik Hermanus Hess het orgel in onderhoud. In 1778 bracht hij nieuwe handklavieren aan en een gehalveerde manuaalkoppel, alsmede de Fagot 8 vt.
P.J. Geerkens wijzigde het orgel in 1804 drastisch. Hij verwijderde het rugwerk en plaatste het pijpwerk daarvan op nieuwe laden in de onderkas als onderpositief. Hiertoe verbreedde hij de onderkas tot de breedte van de bovenkas van het hoofdwerk. Tevens liet hij de Mixtuur van het vroegere rugwerk vervallen. In deze vorm werd het orgel in 1869 in de kerk in Sprang geplaatst. Het daar eerder in 1807 door Van Gelder geleverde orgel werd verkocht aan de Gasthuiskerk in Middelburg.
Voor zover bekend vonden er tot 1953 geen bijzondere wijzigingen plaats aan het orgel. In dat jaar werd het orgel in verband met de toen komende kerkrestauratie gedemonteerd door D.A. Flentrop.
In 1958 restaureerde Flentrop het orgel en breidde het uit met een vrij pedaal. Hierbij werd onder meer de Prestant 8 vt disc. gebruikt voor een 2-voets koor in de Ruispijp 3 st van het pedaal. Bij deze restauratie werd een nieuwe lade voor het hoofdwerk gemaakt als kopie van de oude lade. Ook werd een nieuwe windvoorziening inclusief nieuwe kanalen aangebracht. De c- en cislade van het onderpositief alsmede klavieren en mechanieken werden gerestaureerd. Een nieuw pedaalklavier werd aangebracht, terwijl ook nieuwe registerknoppen werden vervaardigd. Voor een betere uitspraak van het onderpositief werden in de onderkas openingen aangebracht. Op het hoofdwerk werd de samenstelling van de Mixtuur gewijzigd en een Scherp 3-4 st toegevoegd. Op het onderpositief werd de Prestant disc. 8 vt vervangen door een Mixtuur. De kas werd in de huidige kleur geschilderd.
Plannen voor de restauratie van het orgel werden aanvankelijk begeleid door Jan Jongepier. Dit adviseurschap heeft hij overgedragen aan ir. Henk Kooiker, die de restauratie heeft begeleid. De subsidie van het rijk hiertoe werd in het voorjaar 2008 verstrekt.

Het aanzien van het orgel is bij restauratie van 2009/2010 ook onder handen genomen en zo veel mogelijk teruggebracht naar de situatie van 1728, het bouwjaar van het orgel. Het meest in het oog springend daarbij is dat de witte kleur heeft plaats gemaakt voor roodpallissander. De kleurstelling Sprang is een gevolg van het kleurenonderzoek van adviseur Henk Kooiker en de wens/eis van de rijksdienst de situatie 1804 Geerkens of 1728 Houben als uitgangspunt te nemen. Uit de gemaakte kleurtrappen op diverse plaatsen op de kas en op twee plaatsen van snijwerk en de engelenkopjes blijkt: de engelenkopjes zijn altijd gebroken wit geweest, ook met UV en andere lampen is daarop geen enkel spoor van vergulden gevonden. Er is op het snijwerk wel enig verguldwerk geweest. Ook lijken er gouden biezen op horizontale lijsten te zijn geweest. Om zeker te zijn is e.e.a. ook nog door een schilderwerkexpert bekeken, met hetzelfde resultaat.

Na 16 maanden restauratie door Flentrop Orgelbouw werd op zaterdag 13 november het Houben-orgel weer officieel overgedragen aan het College van Rentmeesters van de Hervormde gemeente van Sprang. Het orgel werd in zijn volle luister ten gehore gebracht door Margreeth Chr. de Jong, kerkmusicus van de Nieuwe Kerk te Middelburg.

Bouwer: Thomas Houben, 1728
Wijzigingen: P.J. Geerkens, 1804
Restauratie: D.A. Flentrop, 1958
Restauratie: Flentrop Orgelbouw, 2010





Links pijpwerk op de Onderpositief-lade. Rechts: Hoofdwerklade met pijpwerk.


Dispositie 2010

Hoofdwerk (C-c³)

Onderpositief (C-c³)

Pedaal (C-d¹) diversen

Prestant 8'
Bourdon 16'
Holpijp 8'
Fluyt travers 8' D
Octaef 4'
Fluyt 4'
Quint octaef 3'
Super octaef 2'
Flajolet 2'
Cornet 4 st D
Mixtuijr 3-4 st
Cymbal
Trompet 8' B/D

Holpijp 8'
Prestant 8' D
Prestant 4'
Fluyt 4'
Nasat 3'
Octaef 2'
Sexquialter 2 st D
Basson 8

Tremulant
Bourdon 16'
Prestant 8'
Octaef 4'
Basuyn 16'
Trompet 8'
Claron 4'
Hoofdwerk-onderpositief B/D
Pedaal-hoofdwerk
Tremulant (opliggend) gehele werk
Tremulant (inliggend) Onderpos.

Toonhoogte a¹= 440 Hz, winddruk 75 mm.

De 3 nieuwe spaanbalgen naast het orgel.

Restauratie 2009/2010

Door Rinus Koole

Als organist is het een bijzondere gebeurtenis die je niet vaak meemaakt: een restauratie en presentatie van het orgel in je eigen kerk.
Om zover te komen is er vaak een lang traject af te leggen. Daarbij worden veel gesprekken gevoerd met allerlei mensen die vanuit hun ervaring als b.v. orgelmaker, orgeladviseur en in veel gevallen ook de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (de RACM, de vroegere Rijksdienst voor de Monumentenzorg) worden benaderd om een goed plan op te stellen. Vanuit mijn ervaring kan ik u zeggen dat dit vaak erg lang duurt en dat je geduld danig op de proef wordt gesteld.
Hoe ziet de situatie in het “Nederlandse orgellandschap” eruit? Hoe gaat dat in zijn werk?
Orgels geplaatst op de Monumentenlijst worden in ons land begeleid door orgeladviseurs die voor de Rijksdienst een rapport opstellen over het te restaureren orgel, vaak in overleg met de orgelmaker die het orgel in onderhoud heeft. De kerk, als eigenaar van het orgel, benoemt een adviseur die vervolgens een restauratieplan uitwerkt en dit met de Rijksdienst overlegt. Daarna maakt een orgelmaker een offerte.

Een stukje historie
In ons geval (in de kerk van de Hervormde gemeente van Sprang) hebben we te maken met een waardevol orgel uit 1728, gebouwd door Thomas Houben. Hij was een orgelmaker afkomstig uit het Rijnland (Ratingen), en had het ambacht geleerd van de orgelmakers Gebrs. Weidtman.
Het nu te restaureren orgel in de Hervormde gemeente te Sprang werd oorspronkelijk gebouwd voor de kerk van de voormalige Waalse gemeente te Dordrecht. Het werd door Houben opgeleverd met een hoofdwerk en een rugpositief met een aangehangen pedaal. Het telde toen 13 stemmen op het hoofdwerk en 9 op het rugpositief. In 1804 werd door de orgelmaker P.J Geekens het rugpositief verwijderd en werd het pijpwerk hiervan geheel als onderpositief in de onderkas herplaatst. In 1869 werd het orgel van Houben verkocht en geplaatst in de Hervormde gemeente van Sprang. In Dordrecht werd dit orgel vervangen door een nieuw orgel gemaakt door C. Loret. Dit orgel is (na de sluiting van de kerk in Dordrecht) overgeplaatst naar de parochiekerk van Reussel.
Tijdens de 2e wereldoorlog werden kerk en orgel van Sprang geraakt door een granaatinslag. Er zijn aan de achterkant in de onderkas van het orgel daarvan nog sporen te zien, terwijl dit ook nog aan het pijpwerk is af te lezen.
In 1946 vind er een onderzoek plaats en worden gegevens genoteerd door orgelmaker D.A Flentrop. Later in 1955 wordt er gesproken van een zeer matige toestand van het orgel: “geen lijmnaad is meer betrouwbaar”. Er werd toen een plan voor restauratie opgesteld, wat door de Nederlandse Klokken- en Orgelraad werd begeleid door de roemruchte Mr.A Bouman als adviseur.
Restauratie in 1958
Deze orgelrestauratie vond tegelijkertijd plaats toen ook de kerk geheel werd gerestaureerd, het koor werd geopend en de kerk inwendig zijn oude afmetingen terugkreeg. De orgelgalerij werd toen naar achteren verplaatst tegen de torenmuur.
Er is veel te lezen over deze restauratie die werd voltooid in 1958 door de Fa.Flentrop uit Zaandam. Ook de soms grote verschillen van opvatting tussen de orgelmaker en de adviseur Mr. A. Bouman geven een interessant beeld van de jaren 50 van de vorige eeuw. Immers in die periode staat de orgelbouw aan het begin van het opnieuw ontdekken en verkrijgen van kennis en inzicht omtrent orgelbouw, klankgeving en de gehele samenhang hiervan. Dit ambachtelijk denken was aan het begin van de 20e eeuw geleidelijk verdwenen.
Men was wel geboeid door oude orgels, maar men ging toen eerder over tot vernieuwing dan tot handhaven en restaureren. Deze omslag in denken in de orgelbouw begon aan het eind van de 60er begin 70-er jaren langzaam op gang te komen. Dankzij het onderzoek naar oude orgels, de makelij van o.a. het pijpwerk en de samenstelling daarvan, de bouw van windlades, kortom de gehele samenhang van een instrument, heeft ertoe geleid dat de orgelbouw in Nederland nu op een zeer hoog peil staat.

De restauratie van 2009/2010
Begin 1990 werd er vanuit Sprang contact gezocht met de bekende orgeladviseur Jan Jongepier, die daarop een uitgebreid rapport samenstelde over de conditie van het orgel in Sprang. Een lang traject volgde, talloze bezoeken en onderzoek werden uitgevoerd om een goede indruk te krijgen van de staat van het orgel. Gelukkig is een schat aan informatie bewaard gebleven over de bouw en verdere lotgevallen van dit orgel, te vinden in het archief van de vm. Waalse gemeente in het gemeentearchief te Dordrecht.
Door o.a. pensionering en het langzaam beeïndigen van zijn adviseurwerk van Jan Jongepier heeft het kerkbestuur Henk Kooiker benoemd als nieuwe adviseur die deze restauratie heeft begeleidt. Kort samengevat komt het er op neer dat het orgel geheel is gerestaureerd. Dat impliceerde een restauratie van het bijna geheel oorspronkelijke pijpwerk uit 1728, waarbij het oorspronkelijke Rijnlandse klankbeeld is hersteld. Ook de windvoorziening, bestaande uit 3 spaanbalgen, werd gereconstrueerd, en het in 1958 toegevoegde vrije pedaal is gehandhaafd maar het pijpwerk daarvan is geheel vernieuwd.


[Rinus Koole is medewerker van Flentrop Orgelbouw en een van de organisten van de Hervormde Gemeente Sprang]


Het orgel vóór de restauratie van 2009/2010.

Dispositie 1958

Hoofdwerk (C-c³)

Positief (C-c³)

Pedaal (C-d¹) Koppelingen

Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Fluit Travers D 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Quint 3'
Octaaf 2'
Woudfluit 2'
Mixtuur 3-4 st
Scherp 3-4 st
Cornet D 4 st
Trompet B/D 8'

Holpijp 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Nasard 3'
Octaaf 2'
Mixtuur 4 st
Sexquialter D 2 st
Fagot 8

Tremulant

Prestant 16'
Octaaf 8'
Gedekt 8'
Octaaf 4'
Ruispijp 3 st
Bazuin 16'
Schalmey 4'
Hoofdwerk-onderpositief B/D
Pedaal-hoofdwerk

Toonhoogte a¹= 440 Hz

Pijpwerk van het positief.

Tekst en foto's (van voor 2009) door Wim van der Ros.



Zijaanzicht van het orgel met de aparte pedaalkast, waarachter Psalmteksten op de muur uit 1621.

Bronnen:
Frans Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900; Het Noordbrabants Genootschap, ’s-Hertogenbosch 1983.
Hans van Nieuwkoop (eindredactie), Het historische orgel in Nederland 1726 - 1769; NIvO, Amsterdam, 1997.
Joachim Hess, DISPOSITIEN der merkwaardigste KERK-ORGELEN welken in de zeven Verëenigde Provincien als mede in Duytsland en Elders aangetroffen worden, Gouda, 1774; herdruk, Buren, 1980.






Het Van Vulpen-koororgel (1957)

Sinds 2009 beschikt de Hervormde gemeente Sprang over een tweede pijporgel, opgesteld in het koor van de kerk. Geen overbodige luxe, maar voorlopig hard nodig om in de zondagse diensten het zingen van de gemeente te begeleiden. Het hoofdorgel dat sinds 1869 zijn vaste plek heeft in de kerk, zal lange tijd niet gebruikt kunnen worden vanwege een restauratie. Daarom kocht het college van kerkrentmeesters een orgel dat dienst gaat doen als tijdelijk orgel. De firma Van Vulpen leverde in 1957 een positief met één manuaal en aangehangen pedaal voor de Hervormde Kapel in Alphen aan den Rijn-Gouwsluis. Daarna heeft het dienst gedaan in de Kruiskerk aldaar. Het orgel is in 1999 overgeplaatst naar de Maranathakerk, ook in Alphen aan de Rijn. Omdat men daar een ander orgel kocht raakte het buiten gebruik. Door een kleine delegatie van specialisten uit Sprang werd na bezichtiging de koop al snel gesloten. Het van Vulpen-orgel is een typisch orgel uit de zogeheten ‘neobarok’ periode. Een zeer present klinkend en helder orgel met 5 registers en een aangehangen pedaal. Het orgel bezit 331 sprekende pijpen. Na plaatsing is het orgel nagekeken, het pijpwerk schoongemaakt en waar nodig hersteld. De eiken kas is in de was gezet en het pijpwerk in het front opgepoetst, tenslotte geheel gestemd, zodat het op Koninginnedag 2009 voor het eerst te horen was.

tekstbron: William Haverhals

Dispositie

Manuaal: Holpijp 8', Prestant 4' - C-E uit Roerfluit, Roerfluit 4', Octaaf 2', Scherp II sterk (2/3') (gedeeld).
Pedaal: Aangehangen.
Manuaalomvang C-f'''
Pedaalomvang C-e'
Tractuur mechanische sleeplade






Concerten

Toegangsprijs € 10,00. Scholieren € 5,00.
Bij een donatie van € 25,00 (per jaar) krijgt u gratis toegang tot de zes concerten van de Stichting Orgelkring Waalwijk.

Aanvang 20.00 uur.

Dinsdag 10 juli 2018
Mattijs Louwye (orgel-cello) en Koen Maris (orgel)









Orgelmuziek






cd Brabants Orgelrijkdom III, 'Midden-Brabantse orgels': klik hier
Organist Bert Augustus (opname 30 september 2008)
Johann Christoph Kellner (1736-1813) Jesu, meine Freude klik hier voor een muziekfragment
Johann Sebastian Bach (1685-1750) Preludium en Fuga in e, BWV 533 klik hier voor een muziekfragment





cd Brabants Orgelrijkdom XX.
Bij de orgelexcursie van de Brabantse Orgelfederatie naar Sprang, 's-Grevelduin-Capelle en Waspik op 4 juni 2016 is wederom een cd samengesteld.
Organist Sjak Smulders.
Meer info over bestellen en deze cd, klik hier.




Stichting Orgelkring Waalwijk

Klik hier



logo Brabantse orgelfederatie Deze organisatie is vertegenwoordigd bij of lid van de Brabantse Orgelfederatie.



laatste actualisatie 23 maart 2018