Megen

Franciscaner klooster
Minderbroedersklooster Sint Antonius van Padua

Kloosterstraat 6
5366 BH Megen

google/maps




De kerk

Megen was één van de vierentwintig steden van het hertogdom Brabant. Reeds in de 9e eeuw wordt de naam genoemd. Het ommuurde stadje met vier toegangspoorten en een kasteel, krijgt in 1357 stadsrechten. Het behoort met Haren, Macharen en Teeffelen tot het Graafschap Megen.
Tijdens de tachtigjarige oorlog wordt het stadje in 1581 platgebrand en daarna niet meer opgebouwd.

Minderbroeders Franciscanen
In 1645 arriveren de Franciscanen in dit zelfstandige Graafschap Megen. Ze zijn in 1629 uit 's-Hertogenbosch door Frederik Hendrik verdreven, waar ze al sinds 1228 een klooster hadden. In 1648 (Vrede van Münster) begonnen de broeders hier te bouwen. De Staten-Generaal in Den Haag tekent echter protest aan en de bouw wordt gestopt. In 1652 wordt de bouw van het klooster hervat en verrijst in de loop van de tijd het gebouw zoals het er nu staat. Als in 1670 blijkt dat De Staten hier niets te vertellen hebben beginnen de broeders met de bouw van de kerk die in 1689 wordt ingewijd. De stijl is Zuid-Nederlandse laat-barok. In vergelijking met de barok in b.v. Duitsland wordt deze gekenmerkt door een zekere eenvoud. In de jaren zeventig en negentig van de 20e eeuw zijn kerk en klooster grondig gerenoveerd.

Vanaf 1645 tot 1967 is bij het klooster een Latijnse school gevestigd, bestemd voor jongens uit Brabant en de Republiek, die in hun eigen omgeving geen 'hoger' onderwijs konden volgen omdat zij katholiek waren. Veel broeders zijn daar leraar geweest. Nu heet het gebouw 'de Acropolis' en is als gemeenschapshuis in gebruik. Toen de school gesloten werd besloten de broeders zivh te concentreren op assistentie in de zielzorg in de omgeving en door het hele land. Tegenwoordig is dat werk met name aandacht voor gasten die een paar dagen komen meeleven met de broeders en staat het huis vooral open voor jonge mensen die op zoek zijn naar diepgang in hun leven.

De tuin: 'de Hof van Lof'
Sinds de bouw heeft het klooster een ommuurde moestuin die groente en fruit moest leveren voor de bewoners. Omdat het aantal bewoners kleiner werd en de broeders zelf geen tuinman meer hadden, kwam een flink deel van de tuin beschikbaar voor een nieuwe bestemming: de Hof van Lof.
Eeuwenlang heeft in de tuin het nut voorop gestaan, maar de bomen, bloemen en planten mogen nu zijn wat ze zijn, een stukje van de schepping, mooi door hun kleur en vorm, verbazend door hun manier van groeien en voortplanten, boeiend door de ideeën waarop ze je brengen.

De Hof van Lof wordt onderhouden door vrijwilligers en kan worden bezocht. www.hofvanlof.nl


Het Franssen-orgel (1846)

In 1767 wordt door Hess melding gemaakt van een orgel met twee klavieren, waaronder één handklavier van twee octaven voor het begeleiden van de gregoriaanse gezangen. Het is niet uitgesloten dat het een orgel van Goltfuss of Bremser, Munick, Van Dijck was, aangezien deze orgelmakers vaker orgels met anderhalf klavier bouwden tijdens de Staatse overheersing.

Uit het kloosterarchief blijkt dat er in 1718 een orgel aanwezig was, maar hier is verder niets over bekend. Op een gravure is het 18e eeuwse orgel te zien dat in 1846 ingrijpend verbouwd werd door de gebroeders Antoon F. Franssen (1796-1873) en Jan Chr. Franssen (1793-1856) sinds 1829 orgelmakers in Horst. Zij plaatsten een front met drie torens in de Renaissancekas.





Het onderste deel van het front en de zijwangen zijn nog 18e eeuws. Het orgel kreeg bij deze verbouwing de volgende dispositie:


Dispositie 1846

Manuaal Positief Echo
Principaal 8 vt
Prestant 4 vt
Doublette 2 vt
Mixtuur 3 st.
Trompet 8 bas/disc.
Holpijp 8 vt
Gamba bas 8 vt
Viol di Gamba disc 8 vt
Flute douce 4 vt
Woudfluit 2 vt
Flute-echo
Octaaffluit
Tremulant
Ventil

In 1865 werden nieuwe balgen vervaardigd.

In 1868 levert Gradussen uit Winssen nieuwe klavieren, een nieuwe Bourdon 16 vt, nieuwe frontpijpen, een nieuwe Prestant 8 vt disc, Viola di Gamba 8 vt, Melophon 4 vt, Fluit Travers 8 vt disc, Fagot 8 vt bas en Holpijp 8 vt bas.
Kosten met aftrek oude pijpwerk f 887,32, waarvan de orgelmaker eigener beweging f 100,- aftrekt.

In 1900 werd het orgel helemaal omgebouwd door Gradussen. Het van oorsprong mechanische instrument werd geheel pneumatisch gemaakt en fors uitgebreid. De sleepladen werden vervangen door kegelladen en het pijpwerk aangevuld. Het orgel bezit sindsdien drie zeer oude Westfaalse registers van puur zwaar dikwandig lood (waarschijnlijk 17e eeuws). Verder zijn er vijf registers van Franssen uit 1846 gehandhaafd. De rest is van Gradussen uit de perioden 1868 en 1900.

In 1954 heeft orgelbouwer Vermeulen 3 registers gewijzigd om het orgel 'op te frissen'.

Het orgel is in 1995 door Nico van Duren gereviseerd namens gebr. Vermeulen te Weert. Het niet-sprekende pijpwerk van de middentoren is daarbij vernieuwd . De overige frontpijpen zijn door poetsen aan het beeld van de nieuwe pijpen aangepast.





Dispositie 1954

Hoofdwerk Positief Pedaal
Bourdon 16' (Gr1868)
Prestant 8' (Gr1868)
Fluit travers 8' (G1868, Gr1900 aanvulling bas)
Bourdon 8' (Wf17)
Prestant 4' (Fr1846)
Roerfluit 4' (Gr1900)
Quint 2 2/3' (was VdG 8' Gr1868, afgesneden V1954)
Octaaf 2' (Fr1846, was Doublette)
Mixtuur 2-3 st (oude Sifflet in verwerkt Wf17)
Trompet 8' (Gr1900)
Salicionaal 8' (G1900)
Vox Celeste 8' (G1900)
Fluit dolce 4' (Wf17)
Fluit 2' (Wf17)
Larigot 1 1/3' (V1954, was Melophon 4')
Subbas 16' (Gr1900)
Violonbas 16' (Gr1900)
Violoncel 8' (Gr1900)
Tuba 8' (Gr1900)

Wf17 = Westfaals 17e eeuw
Fr1846 = Franssen 1846
Gr1868 = Gradussen 1868
Gr1900 = Gradussen 1900
V1954 = Vermeulen 1954

Foto Cor Roeleveld 2005



Concerten

In de kapel worden geen geregelde concerten georganiseerd.

Info

Informatie orgel: Nico van Duren
Foto's orgel: Piet Bron, tenzij anders vermeld.