Verslag van het Noord-Brabants Orgelfestival voor Nieuwe Muziek op zaterdag 24 april 2010 in Eindhoven.

In het Muziekcentrum Frits Philips met het Pels en Van Leeuwen-orgel, in de Paterskerk met het Maarschalkerweerd-orgel en in de stadskerk St. Cathrien met het grote Verschueren-orgel hebben de bezoekers kunnen genieten van werken voor orgel en jazzgitaar, verder orgel, marimba en klarinet en werk voor orgel, 5 saxofoons en pauken. Composities van de ook internationaal bekende Daan Manneke, verder o.a. werken van Fons Mommers, Henk van der Vliet, Arjan van Baest, Jan Walraven en Piet Groenendijk. Ieder concert begon met een werk van de vorig jaar overleden Louis Toebosch, uitgevoerd door orgelstudenten van het Fontys Conservatorium te Tilburg. Verder was er in het MuziekCentrum en in de Paterskerk een optreden door Joep van Leeuwen op jazzgitaar met begeleiding van Gero Körner op orgel. Het gedeelte in het MuziekCentrum werd afgesloten met een optreden vaan Henco de Berg, docent aan het Brabants Conservatorium. Hij improviseerde op het Pels en Van Leeuwen-orgel, op basis van de Modi en dominant akkoorden van Olivier Messiaen. Creativiteit, kwaliteit, originaliteit en diversiteit waren de ingrediënten van deze dag. Een commissie bestaande uit Ad van Sleuwen, Ruud Huijbregts en Piet Groenendijk hebben vooraf de ingestuurde werken beoordeeld, waarbij naast creativiteit, kwaliteit en originaliteit, vooral ook diversiteit binnen het kader van de programmering een van de criteria was om te kunnen deelnemen. De algehele organisatie was in handen van Piet Groenendijk, bestuurslid van de Brabantse Orgelfederatie.

De zonovergoten dag verhinderde de bezoekers, waarvan sommigen van ver gekomen waren, niet om deze dag, of een gedeelte ervan, mee te maken.

 

Subsidie en sponsoren

Dit Festival werd mede mogelijk gemaakt dankzij een belangrijke subsidie van de Provincie Noord-Brabant,

en sponsorbijdragen van Pels & Van Leeuwen Orgelbouw te 's-Hertogenbosch en Slooff Orgelbouw te Lekkerkerk.

 

Start in het Muziekgebouw Frits Philips.

Joep van Leeuwen, jazzgitaar en Gero Körner, orgel, speelden twee werken waarbij de ongebruikelijke combinatie van het grote pijporgel en de warme klanken van de jazzgitaar een aparte plaats in het programma innam. Bij het derde werk dat zij uitvoerden, werden ook electronisch vervormde gitaarklanken met het orgel gemengd.

Tannie van Loon, orgel, Djuri den Tuinder, marimba en Frank van den Berg op klarinet, speelden Melismen (2007) van Henk van der Vliet, die zelf ook aanwezig was om deze unieke uitvoering te horen.

000

Arjan van Baest dirigeerde zelf zijn Factus est repente voor orgel, 5 saxofoons, contrabas en pauken, dat werd uitgevoerd door Mark van Nispen op orgel, het October Saxophone Quartet, Pim Boons op contrabas en Djuri den Tuinder op pauken. Aan het eind van de dag werd bekend dat deze uitvoering de publieksprijs van de dag gewonnen had.

Henco de Berg rondde dit concert op een spectaculaire wijze af met improvisaties over modi van Olivier Messiaen en diens "dominant akkoorden", terwijl zijn hond naast hem rustig afwachtte.

Het dagdeel in de Paterskerk

Het door Slooff Orgelbouw in 2006 gerestaureerde Maarschalkerweerd-orgel uit 1906 stond centraal in dit dagdeel van het Festival.

Jelena Bazova speelde van Daan Manneke, die in het publiek aanwezig was, het Agnus Dei, tombeau voor Maurice Pirenne (2009, uitgave voorzien in 2010) . Daarna voerde zij met Lucie Hillen, mezzo sopraan, de Totentanz (2009) van Fons Mommers uit. Dit werk is geschreven op tekst van het gelijknamige gedicht van Hans Keilson.

Jan Walraven speelde eigen werk.

Stadskerk de Cathrien

In de Sint-Cathrienkerk staat het machtige Verschueren-orgel uit 1936 dat met zijn twee-delige opzet (het koororgel kan ook vanaf de speeltafel boven op de tribune bij het hoofdorgel bespeeld worden) de gehele kerk in superruimtelijk geluid weet te vullen. Dat gebeurde dan ook af en toe bij de klanken van de werken van Toebosch, Mommers, Vonk, Manneke en Groenendijk. Alleen bij de hele zachte gedeelten en tussen de werken werd je eraan herinnerd dat je hier midden in de stad zit, doordat van buiten het geluid van de musici buiten de kerk zachtjes doordrong. Dat was voor Henk Kooiker, die geluidsopnamen maakte van alle uitvoeringen van de dag, een kleine ergernis van deze laatste locatie.

Na afloop van het concert werd het eerste exemplaar van de nieuwe Orgelmagazine 'Brabants Orgelrijkdom' door Han Polman, voorzitter van de Brabantse Orgelfederatie, uitgereikt zijn voorganger, Bert Ramakers en, als dank voor de vele uurtjes ontwerpwerk, aan de vormgever van het nieuwe magazine: Wijtse Rodenburg.

Wim van der Ros, bestuurslid en mede-organisator van de dag, maakte daarna bekend dat de publieksprijs van het Festival was gewonnen door Arjan van Baest, voor zijn Factus est repente, dat 's morgens werd uitgevoerd door Mark van Nispen op orgel, het October Saxophone Quartet, Pim Boons op contrabas en Djuri den Tuinder op pauken in het Muziekcentrum.

Een zeer geslaagde dag!

 

Festival Nieuwe Muziek programma

Muziekcentrum Frits Philips
Heuvel Galerie 140


Louis Toebosch (1916-2009)
Tryptique pour orgue Opus 15 (1939 / rev. 1980)
Allegro energico
Adagio
Final – allegro

Iskander Zalialdinov, orgel


Joep van Leeuwen (*1955)
Three Part Jazz Fugue
Shall We Beloved
And Then Some

Joep van Leeuwen, jazzgitaar
Gero Körner, orgel


Henk van der Vliet (*1928)
Melismen (2007)
voor klarinet, marimba en orgel

Tannie van Loon, orgel
Djuri den Tuinder, marimba
Frank van den Berg, klarinet


Arjan van Baest (*1969)
Factus est repente
voor orgel, 5 saxofoons, contrabas en pauken

Mark van Nispen, orgel
October Saxophone Quartet
Pim Boons, contrabas
Djuri den Tuinder, pauken

Henco de Berg (*1967)
Improvisatie over modi van Olivier Messiaen en diens "dominant akkoorden"
- Méditations sur la Résurrection du Christe (orgel)

 

Heilig-Hart- of Paterskerk
Tramstraat 37

Louis Toebosch (1916-2009)
Fantasie op B.A.C.H
uit "Brabants Orgelalbum" (1985)

Mark Christiaanse, orgel


Daan Manneke (*1939)
Agnus Dei
tombeau voor Maurice Pirenne
(2009, uitgave voorzien 2010)

Jelena Bazova (Breda), orgel


Fons Mommers (*1947)
Totentanz (2009)
voor mezzo-sopraan en orgel
tekst: het gelijknamige gedicht van Hans Keilson

Jelena Bazova, orgel
Lucie Hillen, mezzo sopraan


Jan Walraven (*1942)
Jeu de mots – Jeu d'orgues
Jeu de jambes
A une voix
Dialogue

Jan Walraven, orgel


Joep van Leeuwen (*1955)
Dance to This
Where, Oh Where

Joep van Leeuwen, jazzgitaar
Gero Körner, orgel


Henk van der Vliet (*1928)
Preludes Nr. 10, 11 en 12 (2007)

Tannie van Loon, orgel

 

Stadskerk Sint Cathrien
Kerkstraat 1

Louis Toebosch (1916-2009)
Fantasie en Fuga Opus 57 (1956)

Daan Boertien, orgel

Fons Mommers (*1947)
Bouillie Bouillant (2008)

Jelena Bazova, orgel

Fons Mommers (*1947)
Schizoid (2009)
voor mezzo-sopraan en orgel
tekst: het gelijknamige gedicht van Hans Keilson

Jelena Bazova, orgel
Lucie Hillen, mezzo sopraan

Fred Vonk (*1954)
Passacaglia (2009)

Fred Vonk, orgel

Daan Manneke (*1939)
Organum (1986)

Jelena Bazova (Breda), orgel

Piet J. Groenendijk (*1948)
Ligaduras (2001)

Anton Doornhein, orgel

CV's

Louis Toebosch werd op 18 maart 1916 te Maastricht geboren. Hij overleed op 22 mei 2009.
Hij studeerde aan de Kerkmuziekschool in Utrecht (orgel bij Hendrik
Andriessen en piano bij Phons Dusch), het Muzieklyceum in Maastricht en het Conservatoire
Royal te Luik. Die instelling verliet hij met de hoogste onderscheiding voor harmonie, contrapunt,
fuga en orgel. Van 1936 tot 1940 was hij koordirigent in Maastricht, van 1940 tot
1965 was hij dirigent en organist in Breda en van 1946 tot 1950 dirigeerde hij het Tilburgs
Symphonie Orkest (hij stond daarbij op de bres voor het werk van Nederlandse componisten
en voor nog onbekende solisten). Van 1946 tot 1965 was hij verbonden aan de conservatoria
van Tilburg en Maastricht als docent orgel en theoretische vakken. In 1953 richtte hij het kamerkoor
Orlando di Lasso op. Zijn benoeming tot directeur van het Brabants Conservatorium
in 1965 greep hij aan om de behoudzuchtige opleiding om te buigen tot een instituut waar
ook de eigentijdse muziek door middel van ‘componistenprojecten’ een plaats kreeg. In 1974
legde hij deze functie neer om zich vervolgens uitsluitend aan zijn concertpraktijk als organist
en het componeren te wijden. Louis Toebosch componeerde kamermuziek en orkestwerken,
maar in het bijzonder koor- en orgelmuziek. Hij kreeg opdrachten van de Nederlandse regering,
de K.R.O., de Johan Wagenaarstichting en talloze andere instellingen. In opdracht van
de Rotterdamse Kunststichting schreef hij in 1968 Changements, op. 98, voor orgel en orkest,
t.g.v. de inwijding van het Flentrop-orgel in De Doelen. Hij won diverse prijzen en kreeg vele
onderscheidingen, waaronder de 1e prijs Orgelconcours Haarlem, Ridder in de Orde van Oranje
Nassau en de Cultuurprijs van de Provincie Noord-Brabant.
Iskander Zalialdinov werd geboren in Rusland en krijgt zijn eerste opleiding
aan de muziekschool van het Kazans Staatsconservatorium. Vanaf 2000 studeert hij aan
het Fontys Conservatorium te Tilburg, eerst vooropleiding daarna vakopleiding. Hij studeert
daar piano en orgel bij Jelena Bazova en Ad van Sleuwen. In 2007 volgt zijn eindexamen piano
en een jaar later voor orgel. Hij geeft diverse concerten als pianist en organist en als begeleider
bij diverse ensembles. Hij neemt deel aan allerlei masterclasses en festivals. Sedert 2005 is hij
organist van de Heikese Kerk te Tilburg.

Joep van Leeuwen is jazzgitarist, componist/arrangeur, docent, jazzhistoricus,
publicist en bestuurder. Na het behalen van het diploma B klassieke gitaar aan het
Maastricht Conservatorium, verliet hij in 1980 zijn geboortestad Maastricht om zich aan de
Swiss Jazz School te Bern, Zwitserland te bekwamen in zowel de jazzgitaar als het componeren
en arrangeren. Sinds 1985 is hij als hoofdvakdocent gitaar en docent Geschiedenis van de
Jazzmuziek en Combospel verbonden aan de Jazzafdeling van het Maastrichts Conservatorium.
Van 1998 tot 2007 was hij artistiek coördinator van de IIe fase/Mastersopleiding Jazz. Als uitvoerend
musicus speelt Joep van Leeuwen zowel de akoestische als verschillende versterkte
jazzgitaren en synthesizer gitaar. Hij speelt in bezettingen variërend van solo gitaar tot big
band. Qua stijl speelt hij van jazzkroeg tot festivals als Jazz à Liège, Jazz Mecca, Music Nights
en het Montreux Jazz Festival, waar hij drie keer voor speelde. Zijn solo gitaar cd It Could
Happen to You (2008) – opgenomen op een akoestische Gibson L7 uit 1939 - werd in de pers
zeer goed ontvangen. Hij componeerde vele opvallende jazzthema’s die de basis vormen voor
improvisatie, waaronder de stukken voor synthesizer gitaar en de duo’s trombone – gitaar en
kerkorgel-gitaar. Hij speelt melodieuze moderne jazz. Zijn stijl is ingetogen. Hij is vooral geïnteresseerd
in echte, onvervalste compromisloze, swingende jazz. Op 27 november 2005 kreeg
hij de Linmburgse Jerry van Rooyen Award. Hij is (jazz)adviseur voor het Kerkraadse Wereld
Muziek Concours.

Gero Körner begon op vijfjarige leeftijd met pianospelen. Later studeerde hij aan
de Hochschule für Musik in Keulen voor jazz-klavier. Parallel daaraan naam hij privéles om zijn
horizon met klassiek pianospel te verbreden. Sindsdien deed hij diverse projecten met piano
en synthesizer. Hij werkte mee aan tournees en cd-opnames met o.a. artiesten als Ina Deter en
Gunter Hampel. Hij maakt vanaf 1999 deel uit van de progressieve rockband “RUFUS ZUPHAL“.
Als toetsenist werkt hij mee aan theaterproducties, het laatst bij “Saturday Night Fever”. Met
zijn “GERO KÖRNER TRIO” richt hij zich op swing-jazz. Met zijn andere groep „MR GEE AND
THE EXPRESS” beweegt hij zich in de richting van dansmuziek via de Hammond-sound.
Henk van der Vliet (1928, Rotterdam) had van 1938 tot 1942 accordeonles
op de Toonkunstmuziekschool. Zijn eerste compositieprobeersels uit die tijd werden
aan de directeur van de muziekschool, Willem Pijper, voorgelegd. Deze raadde hem een muzikale
vakstudie aan. In 1945 begon hij zijn studie fluit aan het Rotterdams Conservatorium.
Na het eindexamen ging hij fluit studeren bij Johan Feltkamp in Amsterdam, gaf hij les en
speelde hij in het pas opgerichte Rotterdams Kamerorkest. Onderbroken door een paar jaar
canada verhuisde hij in 1961 naar Noord-Brabant waar hij met zijn vrouw (piano) en de cellist
Jan Wisse een trio vormde. Als componist is Van der Vliet autodidact. Vanaf 1965 begon hij
regelmatiger te componeren. In 1974 componeerde hij in opdracht van Breda Vijf etudes voor
orkest. In 1975 verschenen een Sonatine voor fluit en piano en de Passacaglia per pianoforte.
Tevens componeerde hij in opdracht van Nederlandse zangverenigingen in 1981 Beestenboel,
voor jeugdkoor en ensemble en in opdracht een Concert voor harmonieorkest, xylofoon en 2
piano’s. De Sinfonia Concertante voor fluit, althobo, harp en orkest (2007), de 1ste Sinfoniëtta
(in 1987 voor het Brabants Orkest gecreëerd) en de Preambulum e Variationi werden door de
Russische dirigent Mikola Sukach tijdens een driedaagse tournee in 2007 naar de Oekraïne met
de Philharmonia uitgevoerd. Recente werken zijn o.a. een hoorntrio Scherzo (2005), de door
Tannie van Loon op haar eindexamen gespeelde Sonata da Chiesa voor fluit, hobo en orgel
(2000) en de 1ste bundel met 6 Preludes en Fuga’s voor orgel (2005), de door Daniël Kramer
uitgevoerde 3de Pianosonatine ( 2006) en de in Wenen, tijdens de ‘Residenz Conzerte’ op de
Nederlandse ambassade uitgevoerde Divertimenti (respectievelijk voor klarinet en piano, 2006
en gitaar, 2008).

Tannie Muijsenberg-van Loon (1974) studeerde achtereenvolgens
schoolmuziek, piano en orgel aan het Brabants Conservatorium in Tilburg; piano bij Ton Demmers
en orgel bij Bram Beekman. In het kader van de 2e fase opleiding orgel volgde zij tevens
interpretatielessen bij Ewald Kooiman (Amsterdam), Ad van Sleuwen (Hilvarenbeek), Theo Jellema
(Leeuwarden) en Eric Lebrun (Parijs). Tannie treedt regelmatig op als soliste, begeleidt op
projectbasis diverse koren en is organiste van de Maria Presentatiekerk in Aalst.
Djuri den Tuinder studeert Klassiek Slagwerk aan het Fontys Conservatorium
te Tilburg bij Peter de Vries en Marcel Andriessen. Aan het Rotterdams Conservatorium kreeg
hij in de vooropleiding slagwerklessen van Chris Leenders en Richard Jansen. Tevens volgt hij
diverse masterclasses en workshops, waarbij ook niet-Europese vormen van slagwerk, zoals
de gamelan, wordt beoefend. Hij speelt inmiddels bij diverse ensembles en geeft zelf ook lessen.
Daarnaast is hij organist te Zevenbergschen Hoek.

Frank van den Berg studeerde klarinet, saxofoon, schoolmuziek en Hafa-directie
aan de conservatoria te Tilburg, Den Haag, Groningen en Arnhem. Hij was 1e klarinettist
in het Utrechts Symphonie Orkest en in de Johan Friso Kapel te Assen. Tot zijn pensionering
was hij directeur van diverse instituten, laatstelijk van het muziekinstituut Best-Oirschot. Hij is
actief als kamermuziek-speler, dirigent, jurylid, en docent voor klarinet en saxofoon. Hij maakt
als klarinettist/saxofonist deel uit van Salon-Orkest Crème.

Arjan van Baest (1969) werd op 12-jarige leeftijd organist van het kinderkoor
waar hij voordien als zanger deel van uitmaakte. Vanaf zijn 13e tot en met zijn 18e kreeg
hij privélessen kerkorgel van Henk de Croon, bij wie hij later ook muziektheorie studeerde.
Na zijn letterenstudie aan de Katholieke Universiteit Brabant, waar hij cum laude afstudeerde,
promoveerde Van Baest in 2000 op een proefschrift over muziek, tekst en betekenis. Aan het
Fontys conservatorium studeerde Van Baest vervolgens compositie bij Kees Schoonenbeek,
koordirectie bij Louis Buskens en orkestdirectie bij Arjan Tien. Composities van Van Baest, merendeels
werken voor koor, zijn uitgevoerd door verschillende ensembles. Van Baest heeft veel
liturgische composities geschreven, voornamelijk voor gebruik in de Tilburgse studentenkerk
Maranatha. Enkele van deze composities zijn in samenwerking met de KRO op cd opgenomen.
Van Baest is dirigent van verschillende koren en is als repetitor betrokken bij Stichting TLMplus
(Tom Löwenthal Muziekproducties). Daarnaast is hij hoofdredacteur van Continuo (praktijkschrift
voor liturgie en liturgische muziek) en doceert hij onderzoeksvaardigheden aan de
conservatoria van Tilburg en Maastricht. Als partituuradviseur is hij verbonden aan het Magogo
Kamerorkest. Van Baest is docent aan de Meerjarige Dirigentenopleiding van het Centrum voor
Amateurkunst in Tilburg.

Mark van Nispen (1987 Breda) werd in 2006 toegelaten tot de vakopleiding
klassiek piano bij Jelena Bazova en sinds 2007 ook orgel bij Ad van Sleuwen. Daarnaast volgt
hij basso continuolessen bij Mary Sayre. In 2007 soleerde hij met het 12e piano concert van
Mozart bij het Bredaase kamerorkest “Camera musicorum Bredana”. Mark volgde diverse masterclasses.
Samen met collega pianiste Hanne Ong behaalde hij onlangs een finaleplaats op het
prinses Christina concours te Rotterdam. Als organist is Mark verbonden aan het meisjeskoor
Puellae Cantantes o.l.v. Ruben de Grauw, dat regelmatig te horen is in de Sacramentskerk
te Breda. Hiernaast werkt hij regelmatig mee aan projecten als repetitor (orgel en piano) en
basso continuo speler (orgel en clavecimbel) en is hij werkzaam bij de masteropleiding Klassiek
muziektheater en het kamerkoor van het Fontys conservatorium te Tilburg.

October Saxophone Quartet
Kim Hoogvliet - Sopraansaxofoon
Yvon Arts - Alt- en Sopraansaxofoon
Stefan de Wijs - Tenor- en Altsaxofoon
Joke van Loon - Baritonsaxofoon
Een saxofoonkwartet bestaat uiteraard niet zonder vier saxofonisten. Op een dinsdagavond in
oktober 2008 vond onze eerste repetitie plaats. Allen studeren we aan het Conservatorium te
Tilburg bij Ties Mellema. Als saxofoonkwartet is er veel verschillend repertoire voorhanden,
maar er woden ook eigen bewerkingengemaakt. Het afgelopen jaar is gewerkt aan het verkennen
van zowel het klassieke als het modernere saxofoonrepertoire. Voor het samen spelen met
orgel, contrabas en pauken was nog geen repertoire, dus moest het Quartet daar zelf voor
zorgen. Ze zijn daarom blij dat Arjan van Baest dit stuk heeft geschreven.
Pim Boons studeert sinds 2006 aan het Fontys Conservatorium bij Rob Dirksen en
volgt daarnaast lessen bij Carol Harte. De laatste 3 jaar bespeelt hij een “Harry Jansen” Contrabas
die hem voor 6 jaar in bruikleen is gegeven door het Nationaal Muziekinstrumenten
Fonds. In 2009 heeft hij met 6 projecten succesvol de Magogo orkestacademie afgerond, waar
hij nu af en toe de bassectie versterkt. Dit jaar heeft het Conservatorium hem voorgedragen
voor nominatie van de Jacques de Leeuw-prijs 2010.

Henco de Berg
De blinde musicus Henco de Berg werd in 1967 in het Friese Drachten geboren. Hij studeerde
orgel bij Ernest Gervais en bekwaamde zich daarna aan het Rotterdams Conservatorium bij Jet
Dubbeldam, Arie J. Keijzer en Maurice Pirenne. Voor orgel behaalde hij de diploma’s Docerend
en Uitvoerend Musicus alsook de Aantekening voor orgelimprovisatie. De Berg studeerde tevens
Theorie der Muziek bij Henk de Croon aan het Fontys-Conservatorium te Tilburg. Arie J.
Keijzer en Jan Welmers waren zijn leermeesters in de verfijning van zijn improvisatietechniek.
Tweemaal nam hij deel aan de improvisatieklas voor orgel en piano van Louíc Mallié aan de
Internationale Zomeracademie te Haarlem. Piet Kee onderrichtte hem in Bach-interpretatie.
Als organist is hij verbonden aan de Église Wallonne te Breda waar hij het König-orgel uit
1763 bespeelt. Als hoofdvakleraar voor orgel en improvisatie is Henco de Berg verbonden aan
het Fontys-Conservatorium te Tilburg. Daarnaast geeft hij regelmatig concerten in binnen- en
buitenland. Op het label Prestare verschenen drie cd’s met improvisaties (Grote- of Sint Laurenskerk,
Rotterdam, Grote- of Sint Bavokerk, Haarlem en La Madeleine, Parijs) en een CD met
composities van Max Reger en Olivier Messiaen (Saint-Martin, Dudelange, Luxemburg).
Mark Christiaanse werd op 18 augustus 1986 geboren. Al vroeg bleek zijn
interesse voor het orgel; hij studeerde aanvankelijk orgel bij Tiny Manneke en later aan de
Zeeuwse Muziekschool bij Jos Vogel. In 2007 is Mark gestart met een conservatoriumstudie in
Tilburg met als hoofdvak orgel bij Bram Beekman en Henco de Berg voor improvisatie. Daarnaast
interpretatielessen van Ad van Sleuwen, voornamelijk in muziek uit de 17e en 18e eeuw.
Verder volgde Mark masterclasses bij o.a. Bas de Vroome, Geert Bierling en Henco de Berg.
Pianolessen ontving hij van Hanneke Götsch en aan het conservatorium als bijvak van Simon
van ’t Hoff. Mark verzorgt orgelconcerten en treedt regelmatig op als begeleider van solisten
en koren met orgel en/of piano.

Daan Manneke (1939, Kruiningen, Zeeland) kreeg zijn eerste muzieklessen
van Adriaan Kousemaker, muziekdocent en -uitgever in Goes. Vanaf 1959 volgt een studie
aan het Brabants Conservatorium in Tilburg bij Jan van Dijk (compositie) en Huub Houët
en Louis Toebosch (orgel). Vervolgstudie bij Kamiel D’Hooghe in Brugge en Brussel. Leven
en composities krijgen definitief vorm door de lessen en vriendschap met Ton de Leeuw, in
Nederland jarenlang de enige kenner van niet-westerse muziek. Via hem volgt hij enkele lessen
bij Olivier Messiaen. Na jarenlang organist te zijn geweest wordt Daan Manneke in 1972
docent aan het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium, vanaf 1986 docent compositie. Daan
Manneke is oprichter van het kamerkoor Cappella Breda (1976), een koor waarmee hij tal van
- ook voor zijn denken over muziek - belangrijke programma’s heeft gebracht en brengt: van
Venetiaanse dubbelkorigheid tot Bruckner, Arvo Pärt en onbekende Renaissance-componisten.
Wezenlijk voor Daan Manneke’s denken over muziek is zijn grote belangstelling voor improvisatie,
tegenover de strenge vorm. Als geen ander weet Manneke in cursussen publiek tot
improviseren te brengen. In 1977 publiceerde hij Omgaan met muziek, een werkboek voor
eigentijdse improvisatie. Verder Signalen van veraf en dichtbij, een serie van ruim veertig
korte stukken voor kleine ensembles (1981). Inmiddels schreef Manneke een groot en veelzijdig
oeuvre van meer dan 200 werken. Voor zijn vele verdiensten op muzikaal terrein ontving
Daan Manneke in 1999 de cultuurprijs van de provincie Noord-Brabant en in 2000 ontving hij
de Koninklijke Onderscheiding Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In januari 2009
ontving Daan Manneke de prestigieuze OEUVREPRIJS van de gemeente Breda.
Jelena Bazova studeerde aan het staatsconservatorium van Kazan (Rusland) de
hoofdvakken piano en orgel. Deze studies werden in 1980 beide bekroond met zowel het solistendiploma
als met de Prix d’Excellence. In 1991 werd zij laureaat van de Russische nationale
orgelcompetitie. Van 1980 tot 1990 doceerde zij hoofdvak piano aan het staatsconservatorium
van Astrakhan (Zuid-Rusland). Van 1990 tot 1997 was zij als piano- en orgeldocente verbonden
aan het staatsconservatorium van Kazan. Jelena Bazova gaf talloze concerten door geheel
Rusland, ook voor radio en televisie. In West-Europa trad zij op in Nederland, België, Frankrijk
(o.a. in de Notre Dame van Parijs), Italië (o.a. in de Sint Pieter te Rome) en Duitsland.
Vertolkster van werken van moderne componisten was zij tijdens festivals van hedendaagse
muziek in St.Peterburg en Kazan. Sinds 1997 woont zij in Nederland, is als docente hoofdvak
piano verbonden aan het Fontys Conservatorium te Tilburg. Zij is organist van het Sacramentskoor
te Breda. Haar spel op piano en orgel, solistisch en in ensembles, was meerdere malen te
beluisteren op de Belgische en Nederlandse radio.

Fons Mommers (1947) studeerde piano aan het Brabants Conservatorium
bij Polo de Haas en Theo Bles. Cursussen muziektheorie, muziekanalyse en compositie
bij Henk Stoop en Alexander Hrisanide. Hij trad op als solist en werkte samen met improviserende
musici, vertegenwoordigde Nederland op een Satie-festival in Italië en won ook enkele
November Music festival in Den Bosch van 2008 en voerde pianomuziek uit van de Brabantse
componist Henk van der Vliet en van zichzelf. Hij componeert voor kleine bezettingen en heeft
een grote belangstelling voor samenwerking met andere disciplines. Hij is erg geïnteresseerd
in het verband tussen muziek en filosofie. Vorig jaar vond zijn muziektheaterstuk “Van hart
tot hart” in Tilburg plaats, waarvoor hij zowel de muziek als de tekst schreef. Dit jaar werd
“Canonieken” uitgevoerd; een samenwerkingsproject met het Tilburgse Elisabeth-ziekenhuis.
Eerder dit jaar vond de première plaats van “Sluis 2”, multimediale concertvoorstelling, ode
aan een Tilburgse sluis. Vorig jaar werd “Rooie vis” voor blaastrio en een aantal stukken voor
pianola uitgevoerd. In voorbereiding is een omvangrijke compositie voor orgel en koor op basis
van het “Theologisch Traktaat” van de Poolse dichter Czeslaw Milosz.
Gedurende enkele jaren was hij docent piano aan muziekscholen. Fons Mommers is actief lid
van de Vereniging van Componisten in Noord-Brabant (VCNB) Eerder was hij werkzaam als
docent filosofie aan de Universiteit van Tilburg. Tot voor kort was hij betrokken bij een onderzoek
naar de Shoah in de Nederlandse literatuur aan de VU in Amsterdam.
‘‘Eind maart ontmoette ik Hans Keilson. De titels van de stukken voor orgel en mezzo-sopraan
heb ik ontleend aan de gedichten. De keuze voor deze dichter heeft te maken met mijn belangstelling
voor de problematiek die bij deze auteur is terug te vinden, niet alleen in zijn poëzie,
maar ook in zijn wetenschappelijk werk. Mettertijd hoop ik rondom de in Nederland relatief
onbekende Hans Keilson een project te organiseren.’’ De gedichten zijn ontleend aan de bundel
“Sprachwurzellos”, 1986.

Hans Keilson (1909, Bad Freienwalde an der Alten Oder) studeerde in Berlijn medicijnen,
maar van uitoefening van het artsenberoep kwam niets, omdat hij jood was. In 1933 publiceerde
hij de roman Das Leben geht weiter. Eine Jugend in der Zwischenkriegszeit over de
inflatietijd en het nationaal-socialisme. In 1936 emigreerde Hans Keilson naar Nederland. Tot
1940 schreef hij boeken in het Nederlands onder het (veilige) pseudoniem Benjamin Cooper.
Hij speelde als arts een rol in het verzet. Na 1945 publiceerde Hans Keilson nog enkele andere
romans. In 1986 kwam zijn dichtbundel Sprachwurzellos uit, waarin de dichter woorden
vindt voor het gevoel van ontheemding en taalverlies. Zijn belangrijkste werk na 1945 was de
verzorging van de joodse oorlogswezen die uit de concentratiekampen of vanuit hun onderduikadressen
naar het normale leven trachtten terug te keren. Daarvoor richtte hij samen met
anderen de organisatie ‘Le Ezrat Hajeled’ (‘Tot hulp van het kind’) op. De enorme psychische
problemen waarmee het proces van verwoording van de doorstane ellende bij kinderen gepaard
ging, heeft Hans Keilson in gezaghebbende boeken en opstellen beschreven. Samen met
de psychoanalyticus Herman Sarphatie publiceerde Keilson in 1979 het boek over Sequentielle
Traumatisierung bei Kindern over de psychische gesteldheid van het tijdens het Derde Rijk
geestelijk verwonde kind.

Lucie Hillen, mezzosopraan, studeerde zang aan de conservatoria van Tilburg,
Maastricht en Amsterdam. In haar oratoriumoptreden en lied- en operarecitals zingt zij repertoire
dat reikt van oude tot moderne muziek. Zij heeft een eigen lespraktijk, doceert aan de
Nieuwe Veste te Breda en is een veel gevraagde docente voor stemcoaching en koorvorming.
Lucie Hillen bezit een groot stembereik met een warm timbre. Met haar zangtechniek koppelt
ze een levendige ritmiek aan een mooi legato, waarbij non-vibrato zingen één van haar grote
kwaliteiten is. Lucie heeft affiniteit met de sfeer die de taal met zich meebrengt. Ze zingt vanuit
de emotie van het lied.

Jan Walraven studeerde Kerkmuziek aan het Nederlands Instituut voor
Kerkmuziek te Utrecht bij Albert de Klerk, Herman Strategier, Wouter Paap, Bernard Bartelink
en Maurice Pirenne. Daarna aan het Rotterdams conservatorium bij Arie Keijzer. Ook nam hij
actief deel aan de Haarlemse orgelmaand bij Ewald Kooiman. Wegens zijn belangstelling voor
de menselijke stem is hij een ideale begeleider voor zangers. Samen met zijn echtgenote Loes
van Langerak – altzangeres - organiseert hij sinds 1978 kamermuziekconcerten in hun eigen
concertzaal In den Wouwdfluit. In 1995 is zijn eerste CD verschenen met 10 eigen compositties
voor piano en in een transcriptie voor orgel. Het zijn 10 muzikale gedichten, geschreven
bij de gelijknamige gedichtenbundel Linguisticum van Albert Hagenaars uit Bergen op Zoom.
Bij de première in 1995 danste Madeleine Benjert solo bij deze muziek in Bergen op Zoom en
Luxemburg. Voor het derde Millennium schreef Jan Walraven de Kerkopera We Wouwen Licht
en twee kleine opera’s voor kinderkoor op tekst van Sabine Keijzer. Jan Walraven is als Kerkmusicus
bijna 40 jaar verbonden geweest aan de Lambertuskerk te Wouw en is mede-initiator
van de bouw van het Verschueren orgel aldaar. Zijn interesse in dit uitzonderlijk kerkgebouw
en de afkomst van het Koorgestoelte uit de abdij te Hemiksem, hebben geleid tot zijn grote
Cisterciënzer hobby.

Daan Boertien begon zijn studie in de Young Musicians Academy aan het Fontys
Conservatorium bij Jelena Bazova. Nu zit hij in het 2e jaar van het Fontys Conservatorium. In
2007 behaalde hij een finaleplaats in het internationale pianoconcours “Les Rencontres des
Jeunes Pianistes” in Namur en in 2008 maakte hij zijn orkestdebuut met het 15e pianoconcert
van Mozart. In 2010 behaalde hij bij het Prinses Christinaconcours een 2e prijs. Behalve als
solist treedt hij regelmatig op als organist, als begeleider en in kamermuziekensembles. Hij
vormt onder andere een vast duo met fluitiste Lucy Novotna. Hij volgde masterclasses bij Paul
Komen, Rian de Waal en Igor Roma. Vanaf zijn 10e is hij organist in de Sacramentskerk te
Breda, vanaf zijn 11e in de Lucaskerk en de Bethlehemkerk en sinds kort in de Waalse kerk.
Hij studeert orgel als bijvak aan het Fontys bij Ad van Sleuwen.

Fred Vonk (*Zaandam) krijgt aan het Hilversums Muzieklyceum les van Wim
van der Hoeven, organist van de Jacobikerk te Utrecht. Als Vonk naar Waalwijk verhuist, krijgt
hij les van de Bredase organist Anton van Kalmthout. Vanaf 1974 studeert Vonk orgel en
schoolmuziek aan het Brabants Conservatorium bij Maurice Pirenne. De belangstelling voor de
theologie brengt hem aan de Theologische Faculteit van Tilburg, waar hij in 1995 zijn doctoraal
examen haalt. Fred Vonk is een veelzijdig musicus. Hij geeft concerten in Duitsland en Slowakije,
dirigeert 15 jaar de Eindhovense Studenten Kapel en is mede-oprichter en bestuurslid
van diverse Brabantse orgelstichtingen. Vanaf 2001 is hij organist-dirigent aan de Stadskerk
St.Cathrien te Eindhoven. Naast zijn werk als docent muziek, geeft hij les in Godsdienst en
Levensbeschouwing aan de Fontys PABO te Eindhoven. Hij publiceert veel artikelen over kerkmuziek
en is auteur van het boek ‘Orgels en Organisten in de N.H.Kerk te Waalwijk’. Fred Vonk
bewerkte gezangen en psalmen voor koor en orgel. Zijn oeuvre omvat liederen, een strijkkwartet,
composities voor fluit, hobo en piano, gebedszettingen, anthems en motetten.

Piet J. Groenendijk studeerde orgel bij onder andere Cor Visser
(Dordrecht) en Piet v.d. Kerkhoff (Rotterdam). Vanaf 1969 aan het Rotterdams Conservatorium
bij Arie J. Keyzer, waar hij in 1975 het eindexamen behaalde. De Prijs van Uitnemendheid
behaalde hij in 1978, waarbij hij ook lessen volgde bij Ewald Kooiman. Hij studeerde daar ook
muziektheorie bij Ludwig Otten, Roel Riphagen en Jan Kleinbussink. Vanaf 1976 werkt hij als
docent muziektheoretische vakken aan het Rotterdams Conservatorium. Vanaf 1997 is hij daar
actief als medewerker ICT. Hiertoe behoort het ontwikkelen van oefen- en tentamenmateriaal
voor gebruik op de computer en het beheer van de digitale leeromgeving. Tevens maakt hij deel
uit van de examencommissie orgel van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Als cantor-
organist was hij actief in Zwijndrecht-Groote Lindt (1971-1978) en in Diepenveen (1981-
1992). Tot 1992 concerteerde hij als organist en clavecinist, en als basso continuo speler in
binnen- en buitenland. Daarna is hij zich meer gaan concentreren op compositie. Sedert begin
2006 heeft hij het orgelspelen weer opgepakt en is hij de bespeler van het Vollebregt-orgel
(1854) van de Sint-Genovevakerk te Breugel. Als componist is Piet Groenendijk autodidact. In
zijn composities zijn enkele stijlen vertegenwoordigd, vanaf de “Symphony” uit 1989 werkt hij
regelmatig met twaalftoonstechniek. Dit echter ‘vrijer’, dan zoals in de school van Schönberg
gebruikelijk was. Groenendijk kiest vooral het harmonische aspect als uitgangspunt. Verder
schreef hij in dit idioom “Four meditations”, “Ligaduras”,”Passingala”, “Chacony” en “Laudate”.
Een CD met enkele van deze composities is gemaakt in 2002/2004, gespeeld door Jos van
der Kooy (Bavo-Haarlem), Gottfried Sembdner en Christoph Mehner (Grote Kerk-Deventer).

Anton Doornhein (1960 Rijnsburg) kreeg op negenjarige leeftijd zijn eerste
orgellessen bij Nico de Raad te Katwijk. In 1978 ging hij naar het Rotterdams Conservatorium
waar hij hoofdvak orgel bij Jet Dubbeldam studeerde. De studie sloot hij af met de diploma’s
Docerend Musicus en Uitvoerend Musicus en diploma’s voor pianospel. Na zijn opleiding nam
hij deel aan diverse cursussen, o.a. bij Albert de Klerk en Kamiel d’Hooghe. Verder volgde hij
interpretatielessen bij Marie Louise Langlais-Jaquet aan het ‘Conservatoire International de
Musique’ te Parijs. In 1985 won hij het ‘Nationaal Orgelconcours’ te Leiden in de categorie
romantiek en in 1988 werd hij prijswinnaar van het Internationaal Orgelconcours te Nijmegen.
Bij het Bach Concours 1995 in de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem was hij een van de finalisten.
Vanwege zijn verdiensten voor de Franse orgelcultuur ontving hij de bronzen, en zilveren
medaille ‘Arts, Sciences et Lettres’. In 2001 won hij de tweede prijs, de publieksprijs en de
Charles Tournemireprijs bij het César Franck Orgelconcours in de Basiliek St. Bavo te Haarlem.
Anton Doornhein is werkzaam als muzikaal begeleider bij de Rotterdamse Dansakademie, de
Stichting voor Kunstzinnige Vorming te Rotterdam en bij de Vrije Akademie Westvest te Delft.
Als organist is hij verbonden aan de r.-k. Dominicuskerk in Rotterdam en aan de begraafplaats
Oud Eik en Duinen te ‘s-Gravenhage. Van zijn spel verscheen een aantal CD’s met opnamen in
de St.-Agathakerk te Lisse, de Grote kerk te Beverwijk, de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam
en de Katarinakerk te Stockholm. In 2007 nam hij alle orgelwerken van Joseph Jongen op, die
uitgekomen zijn in 2 CD-boxen van 2 CD’s. Dit oeuvre werd gespeeld in de Onze-Lieve-Vrouwe
Kerk van Laken (België) en in de Marienbasilika van Kevelaer (Duitsland).