Kerkstraat 10
5431 DS Cuijk


google/maps


De Cuijkse Martinuskerk bezit een markant silhouet met drie torens: één van het vorige kerkgebouw en twee van het huidige. De sacristie werd namelijk tegen de toren, die overbleef van de gotische pseudobasiliek uit de periode 1485-1520, aangebouwd. Deze oude toren is in het bezit van de gemeente en herbergt sinds 1991 het oudheidkundig museum Ceuclum. De bouw van de nieuwe kerk in de vorm van een Neogotische kruisbasiliek begon in 1911. De kerk werd in november 1912 in gebruik genomen en de kerkelijke inwijding was op 1 mei 1916. De kerk is ontworpen door architect Caspar Franssen uit Roermond.

Het retabel van het hoogaltaar werd door Hendrik van der Geld op eigen initiatief gemaakt in de periode 1881-1909 voor de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch, maar het kwam in Cuijk terecht. In het houtsnijwerk zijn tweehonderd figuren afgebeeld. De zijaltaren en piëta zijn ook van Van der Geld. De schilderingen in het interieur zijn naar het ontwerp van Hans Mengelberg en uitgevoerd door Johannes Cornelis Wilbrink. In 1945 raakte de kerk zwaar beschadigd door oorlogshandelingen van het Duitse leger aan de andere kant van de Maas; de Cuijkse molen en het Cuijkse gemeentehuis raakten ook zwaar beschadigd. De schade kon nog hersteld worden (interieur en exterieur).

In 2009 werd begonnen met een ingrijpende restauratie van de kerk. www.restauratiemartinuskerk.nl/

Fotos Wim van der Ros







Het Severijn-orgel (1625/1650 ?)




Deze afbeelding is onderdeel van de puzzel in het magazine Brabants Orgelrijkdom 2018, bladzijde 58.



Waarschijnlijk is het orgel in de periode 1625-1650 gebouwd voor de kerk van de Benedictijner Abdij Saint Laurent te Luik. Inscripties en de factuur van het pijpwerk duiden op Andries Severijn (ca 1600 Maastricht – 1673 Luik). De oorspronkelijke opzet was een een-manuaals instrument zonder pedaal. Positief, Echo and Pedaal werden later door Severijn zelf nog toegevoegd.

1803
Het orgel werd na sluiting van het klooster in 1796 gekocht door de Sint-Martinusparochie van Cuijk. Het werd in 1803 geplaatst door de Nijmeegse orgelbouwer Peter Torley en in 1804 ingewijd. Het onderhoud was vanaf 1827 toevertrouwd aan de gebroeders Smits uit Reek tot 1860 en later van 1906 tot 1926. Diverse aanpassingen werden door hen doorgevoerd.

1862
Om meer plaats voor het koor te maken verwijderde L.Smits uit Cuijk (niet verwant aan de Reeker Smits-familie) in 1861 de kas van het Positief en plaatste de lade en het pijpwerk onderin de hoofdkas.

1913
In 1913 wordt het orgel door de gebroeders Smits (Reek) opgebouwd in de nieuwe Sint-Martinuskerk tegen de noordwand van het westbalkon, weer om het koor plaats te bieden. Het instrument werd weer gewijzigd en het Pedaal en Echowerk verwijderd. In 1927 voegen de geboeders Vermeulen (uit Weert) een pneumatisch pedaal en drie nieuwe registers toe.

1955
Bij de restauratie door de bouwer L. Verschueren (Heythuijsen), in 1955, wordt het orgel centraal op het westbalkon geplaatst. De dispositie werd ook aangepast.

1992
De laatste, grondige restauratie en reconstructie van het instrument naar zijn originele staat werd in 1992 afgesloten, eveneens door Verschueren. Het bewaard gebleven pijpwerk werd gerestaureerd, ontbrekende pijpen en registers gereconstrueerd. Echo en Pedaal werden nieuw gebouwd en de kas van het Positief gereconstrueerd (die daarmee op zijn oorspronkelijke plaats terugkeerde). Het orgel kreeg toen drie nieuwe spaanbalgen voor de windvoorziening.


Detail van de tractuur en links de 3 spaanbalgen van de windvoorziening.

2015

“We hadden niet gedacht dat we “Cuijk” zo snel alweer in de orgelmakerij  terug zouden hebben”.
Die uitspraak van een van de restaurateurs bij Verschueren Orgelbouw in Heythuysen vergezelde de binnenkomst van zo’n 600 zwaar aangetaste pijpen uit het hoofdwerk van het Severijn-orgel (+/-1650) van de St. Martinuskerk in Cuijk. Het is inderdaad uitzonderlijk dat zo’n drie-en-twintig jaar na de grootscheepse restauratie/reconstructie een instrument reeds toe is aan zulk een ingrijpend onderhoud. Maar er is dan ook alle reden toe. Oxidatie van het pijpwerk heeft tot grote schade geleid. De Rijksdienst (afdeling klinkend erfgoed) heeft zo’n 80 instrumenten in het oog met dit probleem, dat zich eind jaren ‘90 van de vorige en in het begin van deze eeuw ineens in verhevigde mate voordeed.  En in Cuijk met zulke oude registers, blijkt het flink raak!  De link met de luchtvervuiling in de genoemde jaren ligt voor de hand maar is (nog) niet bewezen.
Het fenomeen is al langer bekend. Vooral pijpwerk met een hoog loodgehalte (zoals bij het Severijn-orgel) blijkt extreem gevoelig voor deze aantasting. De binnenkant van de pijp “versuikerd”, krijgt een witte laag loodoxidatie. De pijpwand  verzwakt intussen dermate, dat er scheuren, zelfs gaten, ontstaan of de pijp knikt uiteindelijk omdat de voet te zwak wordt. Aanvankelijk ziet men aan de buitenkant  nog heel weinig, maar als het zich daar, voor het blote oog, manifesteert is het kwaad al geschied.



In Cuijk was het orgel twee periodes ingepakt om het te beschermen tegen stof tijdens de restauratie van de St. Martinuskerk, die het 100-jarig bestaan in 2012 weer piekfijn in moest gaan. Intussen heeft de orgelstichting zich veel moeite getroost om de nodige fondsen te verwerven, want al gauw was duidelijk dat de zorgvuldig gespaarde onderhoudsreserve verre van toereikend zou zijn. De hoop is nu op de Provincie Brabant gesteld om,  via de regeling subsidies religieus erfgoed, het benodigde budget rond te maken.
De Rijksdienst en adviseur van de Stichting, Jan Boogaarts, hebben zich vooral bezig gehouden wat nu de beste oplossing voor het probleem zou zijn.  De oxidatie moet verwijderd worden ( met borstelen en zandstralen), zwakke plekken hersteld en vervolgens moet het pijpwerk beschermd worden tegen nieuwe aantasting ( door dompelen in  een eventueel verwijderbare laklaag).  Nu het pijpwerk in de orgelmakerij is en  gedetailleerd onderzocht kan worden, blijkt dat met name  de kleine pijpvoeten alleen goed schoon te maken zijn als ze eerst doorgezaagd worden. Dat betekent natuurlijk naderhand weer solderen tot een geheel. Financieel nog ingrijpender maar noodzakelijk.
Gevolg is in ieder geval dat de jaarlijkse concertserie in 2015 niet door kon gaan.



Dispositie

Groot Orgel (CD-c'''), II Posityf (CD-c'''), I Echo (c'-c'''), III Pedaal (C-c')
Prestant 8' (S)
Cornet IV D (S)
Bordon 8' (S)
Octave 4' (S)
Fluit 4' (S)
Quintfluit 2 2/3' (S/V)
Superoctave 2' (S/V)
Sexquialtera II (S/V)
Tiers 1 3/5' (V)
Nazatt 1 1/3 (S/V)
Mixtur IV (S)
Cimbal III (V)
Trompet 8' B/D (S)
Claron 4' (V)
Vogelkens

Prestant 4' (V)
Holpyp 8' (S)
Octave 2' (V)
Nazatt 2 2/3' (S)
Tiers 1 3/5' (V)
Quintfluit 1 1/3' (V)
Mixtur III (V)
Cimbal II (V)
Cromhorn 8' B/D (V)
Nagtegaal

Bordon 8' (V)
Prestant 4' (V)
Nazatt 3' (V)
Octave 2' (V)
Tiers 1 3/5' (V)
Trompet 8' (V)

Bordon 16' (V)
Fluit 8' (V)
Trompet 8' (S)
Claron 4' (V) (1955)

Tremblant
Tambour

Koppelingen:

Koppel Pedaal / Groot Orgel
Koppel Groot Orgel / Posityf






Concerten

Aanvang 16.00 uur.
Toegang € 10,- en donateurs € 5,-

Zondag 29 april 2018
Pieter Dirksen, orgel, en Lucie Chartin, sopraan.
François Couperin: Messe pour les Couvents en solo motetten.



Zondag 27 mei 2018
Tineke Steenbrink, orgel.
“Sancta Maria”


Zondag 1 juli 2018
Ute Gremmel-Geuchen (Kempen), orgel.
Muffat, Kerll & Froberger


Zondag 2 september 2018
Aart Bergwerff, orgel.
Barok versus contemporain: muziek van Bach, Böhm, Raison, Guilain, Ten Holt en Sixten.
In dit programma contrasteert Aart Bergwerff de voor het unieke zeventiende-eeuwse Cuijkse orgel vertrouwde namen uit de barokperiode, waaronder een kortere versie van Simeon Ten Holts befaamde Canto Ostinato.



Zondag 30 september 2018
Pieter Dirksen, orgel & clavecimbel, en Cassandra Luckhardt, viola da gamba.
François Couperin: Gloria, Pièces de Viole.
Het is dit jaar 350 jaar geleden dat François Couperin (1668-1733) werd geboren. Zijn muziek, een absoluut hoogtepunt in de Franse barok, werd door Bach zeer bewonderd. Naast het negendelige Gloria voor orgel (uit de “Messe pour les paroisses” van 1690), muziek die nergens zo goed klinkt als op het wonderbaarlijke orgel in de St. Martinuskerk, klinken de twee suites voor viola da gamba en clavecimbel uit 1728, ongelooflijk geïnspireerde, expressieve en ook vaak uiterst virtuoze muziek!


Zondag 7 april 2019
Lucie Chartin, sopraan – Frank Wakelkamp, viola da gamba – Pieter Dirksen, orgel
Passieconcert: Couperin & Bach.
François Couperin (Leçons de Ténèbres) &
Johann Sebastian Bach (orgelkoralen voor de Lijdenstijd)
Couperin’s motetten voor de Goede Week worden gezien als het summum van de Franse vocale barokmuziek in hun verfijning, expressie en versieringskunst. De reeks van zeven Passiekoralen uit Bach’s Orgelbüchlein bevatten enkele van Bach beroemdste orgelstukken.

Zondag 26 mei 2019
Hilger Kespohl (Bremen), orgel
Noordduitse hoogtepunten:
Scheidemann, Weckmann, Buxtehude, Bach.












Stichting Severijn-Orgel Sint Martinus Cuijk

Wilt u graag op de hoogte gehouden worden van de activiteiten die de Stichting Severijn-Orgel Sint Martinus Cuijk organiseert en wilt u het werk van de Stichting steunen?
Vanaf € 25,- per jaar bent u al donateur; u krijgt dan 50% korting op de toegangsprijs voor alle concerten.
Mail naar: info@severijn-orgel.nl

Kijk voor meer informatie op www.severijn-orgel.nl.


logo Brabantse orgelfederatie Deze organisatie is vertegenwoordigd bij of lid van de Brabantse Orgelfederatie.