Johan (Jan) van Nuenen
(1880-1970)


Johan van Nuenen, in ongeveer 1905 en 1965


Organist, componist en dirigent Johan van Nuenen
Jan van Nuenen, zoon van klompenmaker/landbouwer Johannes van Nuenen, werd geboren op 8 augustus 1880 te Berlicum en is overleden op 11 mei 1970, ook te Berlicum.
Hij was horlogemaker van beroep. Hij huwde op 28-jarige leeftijd met Maria Anna van Aggelen, 26 jaar oud. Zij overleed op 17 april 1964 op 81-jarige leeftijd.

Jan van Nuenen erfde zijn muzikaiteit van zijn moeder, Regina van Berkel. In haar jeugd zong zij als ze op het veld aan het werk was zo mooi, dat buren hun werkzaamheden onderbraken om naar haar mooie stem te luisteren. In 1892 (op 12-jarige leeftijd) ging Jan van Nuenen op aanraden van de pastoor lessen harmonieleer volgen bij de heer Adr. Dobbelsteen, organist in Heeswijk. De eerste les kreeg hij van Lambert, de zoon van Adr. Dobbelsteen, de latere Norbertijn. Toen Lambert zijn eerste H. Mis deed in Heeswijk werd een door de jonge Jan van Nuenen gecomponeerde priestercantate, Opus 1, uitgevoerd. Jan van Nuenen speelde op 14-jarige leeftijd alle diensten in de kerk van Heeswijk en verving ook zo nu en dan de organist van Berlicum. Toen Jan van Nuenen in 1896 (16 jaar oud) zijn compositie opus II voltooide – een evangelische cantate – 'De opwekking van de jongeling van Naïm’ – voor gemengd koor en orgel – verklaarde zijn leermeester Adr. Dobbelsteen hem: ‘Jongeman, ik geef je geen les meer. Je bent me de baas’. Deze cantate, die sterk aan de stijl van Händel deed denken, beleefde een eerste uitvoering in Nieuwkuijk. Daarnaast componeerde hij een werk voor een mannenkoor: ‘Het lied der dennen’.

Orgel spelen
Vervolgens ging Van Nuenen zijn orgelspel verdiepen door lessen contrapunt te gaan volgen bij Peter Kallenbach in ’s-Hertogenbosch, de organist van de St. Jan. Anderhalf jaar later werd hij op 21-jarige leeftijd benoemd tot organist in Berlicum. Op ongeveer 25-jarige leeftijd is Jan van Nuenen gericht met zelfstudie begonnen: fuga, canon, dubbelcontrapunt. Ook ontwikkelde hij belangstelling voor moderne componisten, zoals Haber, Strauss, Debussy en Hindeminth.

Johan van Nuenen, aan de klavieren van het orgel in de voormalige Petruskerk te Berlicum.

Jan van Nuenen als organist
Hoeveel keren had Van Nuenen bij plechtige gebeurtenissen niet de geweldige kracht van het orgel laten horen, wanneer hij alle registers open trok en heel de kerk galmde van de orgeltonen, om dan even plotseling over te gaan in de zachtste tonen van een lieflijke melodie. Dan was de organist bezig met zelf muziek te scheppen, te improviseren. De mensen buiten de kerk zeiden dan: ‘Hedde ’t geheurd, tjonge wat zette ie ‘m weer open. Hij liet nog eens even horen, wat er in het orgel inzit. Dat iemand zo’n groot ding als een orgel zo maar kan laten spelen'. Ze weten te vertellen dat hij met de ogen dicht kan spelen. 'En dat lijkt klinkklare goochelarij’ (Rondom de toren, mei 1951).
Eind april 1951 vierde Jan van Nuenen zijn 50-jarig jubileum als organist van Berlicum. Hij ontving bij deze gelegenheid de pauselijke onderscheiding ‘Pro Ecclesia et Pontifex’. Tevens ontving hij een telegram met de volgende tekst: ‘De Heilige Vader verleent Jan van Nuenen ter gelegenheid van zijn 50-jarig jubileum als organist deze onderscheiding als blijk van vaderlijke welwillendheid en goddelijke goedgunstigheid'. Op 1 mei 1951 reikte het Kerkbestuur van Berlicum een geschenk aan van de H. Familie, bestaande uit een gedenksteen met de volgende inscriptie: ‘Jan van Nuenen zat hierboven, 50 jaar de Heer te loven’. Deze steen is later aangebracht in de kerk, boven een deur welke toegang gaf tot het koor en het orgel. Op die manier kon de naam van Jan van Nuenen ook voor het nageslacht bewaard blijven. Van Nuenen zegt op 11 februari 1961: ‘Ik denk erover om toch weer enkele composities uit te geven, want ik componeer nog steeds. De muziek houdt me nog steeds dag en nacht bezig’. Op 28 april 1961 reikt burgemeester mr. J.M. Bartels de gouden eremedaille verbonden aan de Orde van oranje Nassau uit aan Jan van Nuenen, wonende in het Vincentiushuis. Dit vanwege zijn 60-jarig jubileum als organist, 31 jaar dirigent van harmonie T.O.G. en 30 jaar dirigent van het gemengd koor van Berlicum.

Jan van Nuenen als componist
Van Nuenen had een grote faam als componist van orgelmuziek. Verschillende orgelcomposities werden voor de radio in binnen-en buitenland gespeeld door bekende organisten als Jan Zwart en Marcel Dupré.
In de jaren twintig van de 20ste eeuw deed van Nuenen mee aan de repertoirevernieuwing van de kerkmuziek. De eerder genoemde pastoor Burmanje was daar niet (zo) van gediend, omdat hijzelf nieuwe religieuze composities in oude stijl componeerde. Er moest een list van de witheren (Norbertijnen) van Berne aan te pas komen om stiekem de kasten op het balkon van het orgel en het koor van hun oude partituren te ontdoen en er nieuwe, eigentijdse, voor in de plaats te zetten. In 1929 ontving Jan van Nuenen de pauselijke zegen in verband met zijn compositie: ‘De paus is vrij’. Hij componeerde dit muziekstuk ter gelegenheid van het Verdrag van Lateranen (19 februari). Dit muziekstuk is op tientallen plaatsen in Brabant uitgevoerd.
Hij is een kerkmusicus in hart en nieren, een vitaal en inventief componist. Maar Van Nuenen heeft zich niet beperkt tot het kerkorgel en de kerkmuziek. Hij heeft alle terreinen waarop de serieuze muziek zich beweegt verkend en diepgaand bestudeerd. Tijdgenoten zeiden dat er met Van Nuenen een discussie gevoerd kon worden over de zoetelijke, romantische en weinig originele muziekbeoefening uit de jaren twintig van de 20ste eeuw. Want het twaalftonenstelsel (toegepast door Schönberg en Von Weber) is bij Van Nuenen bekend, evenals alle vormen van elektronische muziek. De hele operaliteratuur van Monteverdi tot Gottfried von Einem is door hem indringend onderzocht op vorm en inhoud. Je kon ook een boom opzetten over de voor en tegens van de compositiemethodiek van de vijftiger en zestiger jaren van de 20ste eeuw. Van Nuenenhad ontelbare partituren in zijn bezit, die hem in staat stelden na te gaan hoe de componisten hun oeuvre gestalte hadden gegeven. Voorbeeld. In de Telegraaf stond een recensie van de eerste uitvoering van de opera Salomé van Richard Strauss (1907). De criticus was erg negatief. Omdat Jan van Nuenen nieuwsgierig was naar de techniek van R. Strauss bestelde hij onmiddellijk de partituur. Daarna zei hij dat dit werk erg boeide en hij veel geleerd had van de methodiek van deze componist. Van Nuenen kreeg zijn ingevingen over een nieuwe compositie vaak onder de preek of onder het evangelie. Hij schreef de noten op het Gregoriusblad dat meestal bij het orgel lag. Over de inhoud en de vorm van een werk piekerde Van Nuenen vaak ’s nachts in bed of gewoon overdag. Dan klonk de melodie hem al in de oren en zocht hij een stukje papier om de noten op te schrijven of hij liep naar de piano. Vaak gunde hij zichzelf geen tijd om te gaan zitten, terwijl hij speelde. ‘Nee’, zegt zijn vrouw, ‘dan valt hij even op zijn knieën en begint te spelen’.

Jan van Nuenen als dirigent
Jan van Nuenen is 30 jaar dirigent geweest van het gemengd koor en vanaf 1916 31 jaar van harmonie T.O.G. in Berlicum. Deze functies heeft hij voornamelijk aanvaard om de kunst van het instrumenteren en arrangeren onder de knie te krijgen. Van Nuenen herinnert zich in dit verband hoe hij met het gemengd koor ooit Mozarts Krönungsmesse heeft uitgevoerd. De orkestpartituur had hij gearrangeerd voor piano, orgel, strijkers en hoornblazers. Daarnaast heeft hij eveneens verschillende operettes en Calderon-spelen gedirigeerd. Deze muzikale gebeurtenissen gaven Berlicum in die tijd een grote naam in de omgeving. Ten koste van veel tijdinvestering en energie wist hij het peil zo op te voeren, dat na verschillende concoursen de afdeling uitmuntendheid werd bereikt.

Jarenlang zag men hem dagelijks drie keer op de orgelbank om de misgezangen te begeleiden. Het aantal diensten al die jaren nadert de 60.000.
Jan van Nuenen beschouwde zichzelf als autodidact.
Op maandag 16 mei 1970 overlijdt Jan van Nuenen; een man met vele verdiensten voor de muziek en de Berlicumse gemeenschap

Bron:
samenvatting van het artikel 'Organist, componist en dirigent Johan van Nuenen' gepubliceerd in
'Rondom de Plaets', uitgave van Heemkundekring De Plaets, 2014 nr. 1.
Klik hier voor de pdf van dit artikel.
Auteur
Thieu Dollevoet,
secretaris Heemkundekring De Plaets
en redacteur van 'Rondom De Plaets'.



Op deze foto zoon Jan van Nuenen Jr (1911-1987), oorspronkelijk organist te Middelrode, die vanaf 1970 zijn vader Jan van Nuenen opvolgde als organist van Berlicum, achter het orgel van de voormalige Petruskerk te Berlicum.




Werken van Johan van Nuenen

Voor verdere informatie over sommige werken zie ook de website van het Nederlands Muziek Instituut

Priestercantate
Opus 1
voor mannenkoor (1898)

t.g.v. eerste H. Mis door pater Lambert Dobbelsteen, zoon van de organist van Heeswijk.

Evangelische cantate ‘De opwekking van de jongeling van Naïm’
Opus 2
voor gemengd koor en orgel (1898).

‘Het lied der dennen’
(vóór juni 1900).
Een compositie die voor de eerste keer uitgevoerd werd in Nieuwkuijk. ‘We kunnen zonder overdrijving volmondig zeggen, dat deze eersteling de componist alle eer aan doet en verre de verwachtingen van al de aanwezigen heeft overtroffen’ (De Donge Bode, 9-6-1900).

Zoo gij mijn lief wilt zijn
voor vierstemmig mannenkoor.
(vóór 1902).

Postludium.
nr. 38 in het 'Nederlands Orgelalbum' 1902.


Regina Coeli.
nr. 13 uit '30 Cantus Litugici' voor drie gelijke stemmen en orgel.


Ave Maria.
nr. 21 uit '30 Cantus Litugici' voor drie gelijke stemmen en orgel.


Cantate Gouden Jubileum Dogmaverklaring Maria Onbevlekte Ontvangenis.
Opus 4,
voor vierstemmig mannenkoor en orgel (1904).
De eerste uitvoering vond plaats in Haarsteeg. De toenmalige gemeentesecretaris, de heer Klein, had Van Nuenen gestimuleerd tot de toonzetting van de tekst van deze cantate, die gedicht was door pastoor Donders van Nieuwkuijk. Aan de eerste uitvoering werd meegewerkt door koren uit Haarsteeg, Vlijmen en Nieuwkuijk.

Kerstcantate.
Opus 5, voor soli, terzet en vierstemmig mannenkoor en piano.
Tekst: Dr. H.J.A.M. Schaepman.


Postludium.
nr. 39 in het 'Tweede Nederlands Orgelalbum' 1905.


O salutaris hostia.
Sursum corda XVIII Cantus varii, Editio Tertia.
Publicatie W. Bergmans, (Tilburg) 1907


Piè
ces pour grand orgue.
1. Consolation
2. Intermezzo
3. Canon
Opus 7. (1904)
Uitgever Leopold Muraille, Luik. April 1911
'Deze drie kleine stukken zullen de organisten zeker welkom zijn als afwisseling op hun programma's' (De Muziekbode).
'Gelijk vroeger verschenen vocale composities dragen ook deze orgelstukken de stempel van beheersing aller vormen en meesterschap in de kunst' (De Koorbode, oktober 1911).

Gepubliceerd in Repertoire de l’organiste nr. 153.

Acht meditaties voor harmonium of orgel.
Opus 9.
Uitgave van A. Biemans Oisterwijk nr 2

Zes kleine orgelstukken.
Opus 10.
Voor harmonium of orgel.
Uitgave van
Goosen en Zwagerman, 's-Hertogenbosch.

Kerstcantate, eere zij God.
Opus 11.
Uitgave van A. Biemans nr 3

XII Cantus Liturgici, O salutaris hostia
Opus 12.
Twaalf lofzangen voor driestemmig koor en orgel.
De compositie is doorkneed in de contrapunt.

Cantus liturgici ad tres voces acquale cum organo
Uitgave van Goossen & Swagerman ‘s-Hertogenbosch (oktober 1917)

Missa secunda in honorem Sancti Gerardi majella ad 3 vocem viriles concimento organo.
Opus 14.
(1917)
Mis voor driestemmig mannenkoor en orgel.
Uitgever Muziekhandel A. Biemans, Oisterwijk.
‘Dit opus 14 getuigt van onbetwistbaar muzikaal talent, ernstige opvatting, gemakkelijke stemvoering en originele harmonievoering’ (De Muziekbode).


Uit
'10 kleine stukken voor orgel of harmonium':
Melodie.

'Nederlandsche muziek van 1660 tot heden voor orgel of harmonium'.
Opus 15 nr 6.
(vóór 1924)
Seyffard's muziekhandel - Amsterda
m 1924


4 Pièces pour grand orgue
1. Intermezzo*
2. Canon
3. Mélodie
4. Trio
Opus 16, (vóór 1929).
Uitgever M
aurice Senart, Paris. EMS 7417.
Onder Frits Bolsius is in Schijndel een bewerking gemaakt voor gemengd koor.

* Dit deeltje is opgenomen op de cd Brabants Orgelrijkdom XVII, gespeeld door Ad van Sleuwen, klik hier.

Cantate ‘Paus en koning’
Vrijheidscantate voor drie mannenstemmen: tenor, bariton en bas. Voor orgel of piano.
Opus 17, (1929).
Tekst P. van Riel pr.
Uitgever Muziekhandel A. Biemans, Oisterwijk.

Zes Composities voor Orgel of Harmonium.
Opus 19
(1935)
1. Preludium
2. Intermezzo
3. Improvisatie
4. Canon
5. Melodie
6. Preludium
Uitgave G.Alsbach & Co - Amsterdam, mei 1935

‘De componist schrikt niet terug voor een gewaagd akkoord of een verrassende modulatie. Hij schijnt de werken van Cesar Franck goed te kennen’ (De nieuwe Eeuw).
Deze composities veronderstellen een gevorderde technische bekwaamheid. De composities op zichzelf zijn zeker niet van betekenis ontbloot’ (De Maasbode, augustus 1936).
‘In de zes composities opus 19 is een vernieuwing van harmoniek te bespeuren, die weeldering aandoet. En daarom recht heeft op erkentelijkheid en waardering’ (ts. Symphonia, januari 1936).
In ´Vox Humana´ jg. 16 nummer 4, oktober 2005 staat een muziekbespreking van zijn compositie Preludium Opus 19, 1



Missa
Driestemmig koor en orgel.
Ca. 1929.


Missa Pro Defunctis (Requiem)
Tweestemmig koor en orgel.
Nihil obstat juni 1934.


Zes orgelcomposities
Zonder pedaal, voor orgel.
Opus 20 (na 1935, vóór 6-1-1945)
1. Hymne
2. Imitation
3. Canon
4. Prelude
5. Trio
6. Fughetta

Missa
Tweestemmig koor en orgel.
6 april 1935.


Missa Brevis
Driestemmig koor en orgel.
Opus 21, 6 januari 1945.


Missa
Driestemmig koor (twee tenoren en bas) en orgel.
27 september 1952.


S.Thereria a Jesu Infante
Tweestemmig koor en orgel.
Opus 22, 25 januari 1955

Nu syt wellekome
Thema met variaties voor orgel.
Opus 23 (na 1945)
Uitgeverij W. Bergmans, Tilburg, 1947.
‘De bekende Kerstmelodie vindt hier een eenvoudige harmonisering, die door drie variaties gevolgd wordt. Elke variatie heeft karakter en is een eenheid in de wijze van bewerking. In de Kersttijd actuele, zeer bruikbare en dankbare orgelmuziek’ ( St.Gregoriusblad, september-oktober 1947).


Missa in Honorem S.Joannis Baptistae
Driestemmig koor (twee tenoren en bas) en orgel.
Opus 26-1, na 25 januari 1955.


Missa Sine Nomine
Driestemmig koor (twee tenoren en bas) en orgel.
Opus 26-2, na 1955.


Missa Tribus Vocibus
Driestemmig koor (twee tenoren en bas) en orgel.
Opus 34, mei 1957.


Missa
Tweestemmig koor en orgel.
6 maart 1960.





Laatste actualisatie: 16 februari 2019