Berlicum

Sint-Petruskerk

Kerkwijk 44----google.nl/maps

Laatste concert....

Op zondag 24 juni 2012 was het allerlaatste orgelconcert in deze nu gesloten en inmiddels afgebroken kerk...
Willem Hörmann



De kerk is in 2015 afgebroken.


Het interieur van de kerk.

2012
Het bestuur van de R.K.Parochie Sint Norbertus is na uitgebreide overwegingen tot het ingrijpende besluit gekomen om de Petruskerk te Berlicum per 1 juli 2012 aan de eredienst te onttrekken en te sluiten. De bisschop van Den Bosch heeft bij brief van 9 februari 2012 ingestemd met dit besluit. Al jaren is duidelijk en ook naar buiten gebracht: ‘wij zijn niet meer in staat 2 kerken in onze parochie te onderhouden’. Een afnemend aantal parochianen dat een kerkbijdrage betaalt, gepaard gaande met jaarlijks stijgende uitgaven, leidt over enkele jaren tot een faillissement van de parochie. Mede door het afnemend aantal kerkbezoekers is de Petruskerk minder functioneel. Het parochiebestuur werkt er naar toe de Petruskerk en de Rots te slopen en een nieuwe toekomstbestendige kerk en parochiecentrum terug te bouwen. Na de bouw van de nieuwe kerk wordt de Sacramentskerk in Middelrode afgestoten. Met de opbrengst van de verkopen wordt de nieuwe kerk gefinancierd, zodat het parochievermogen in stand blijft. Met die ene nieuwe kerk zullen de exploitatiekosten omlaag gaan. Zo kunnen wij voldoen aan de opdracht die we als bestuur hebben: zorg voor de parochiegemeenschap, de mensen dus. Het gebouw is daarbij een middel en geen doel. Reeds in 2007 werd dit beleid – met instemming van het bisdom – vastgesteld en telkenmale bij voorlichtingsbijeenkomsten en presentaties naar buiten gebracht. Het besluit om de Petruskerk daadwerkelijk te sluiten is versneld, doordat gebleken is dat de bouwkundige staat nog slechter is dan bekend was. Doorgeroeste koperen leihaken veroorzaken naar beneden glijdende leien, waardoor lekkages zijn ontstaan. Het dakbeschot is op een groot oppervlak doornat en de houten dakconstructie vertoont (lichte) rottingsverschijnselen. Er zijn noodmaatregelen getroffen, maar te voorzien is dat het niet bij de huidige problemen blijft. Daarom hebben we de knoop doorgehakt en besloten vóór de aanvang van het nieuwe liturgische jaar de kerk te sluiten. Vanaf zondag 1 juli 2012 vinden alle vieringen uit de parochiegemeenschap (voor zo lang) plaats in de Sacramentskerk in Middelrode.

Bron: http://www.parochieberlicummiddelrode.nl/

het positief achter het altaar

 

Geschiedenis van het orgel (1860/1946)

Willem Hörmann achter de speeltafel van het grote orgel

het grote orgel

In 1860 leverde Vollebregt ten behoeve van de oude “waterstaatskerk” van 1837, in opdracht van pastoor van Gerwen een orgel voor de parochiekerk van Berlicum. De 26 registers waren (volgens Gregoir) verdeeld over twee manualen en een vrij pedaal. De dispositie moet vergelijkbaar geweest zijn met die van het Vollebregt-orgel in Leiden (1858-1859). Het orgel werd gebouwd in een kas van de gebr. Goossens uit 's-Hertogenbosch. Deze kas is vrijwel identiek aan de nog bestaande kas van Goossens die in 1864 werd gebouwd voor een nieuw orgel van de gebr. Franssen uit Horst voor de kerk in Lieshout; dit orgel staat sinds 1965 in Meijel. Over de aanschaf van het orgel in Berlicum geven de kerkrekeningen nog enig uitsluitsel. Het orgel kostte f 5000,-, waarvan in 1861 f 400,- werd betaald; wellicht was deze laatste som alleen voor de orgelmaker bedoeld. In 1862 kregen de gebr. Goossens f 1000,- uitbetaald voor ’het leveren en plaatsen der orgelkast’, terwijl nog eens f 318,- werd uitgegeven aan "verven" (vernissen) van altaar, banken en orgelkas. In de kerkrekeningen over de jaren 1863-1883 is geen enkele uitgave te vinden voor orgel of organist. Vanaf 1884 tot aan 1890 wordt het orgel jaarlijks onderhouden voor f 20,- tot f 25,-.
In 1878 begon men met de uitbreiding van de kerk met een beuk, twee pilaren en een grote imposante toren die in 1880 gereed kwam. In dat jaar kwam door een overstroming heel Berlicum onder water te staan. Mens en dier zocht een droog onderkomen in het nieuwe deel van de kerk, die op een hoog punt gelegen is. Om de kerk volledig te kunnen afbouwen verplaatste men het Vollebregt-orgel in 1879 naar de orgelnis van de nieuwe toren.
In 1914 bouwden de gebr. Franssen uit Roermond een nieuw pneumatisch membraanladeorgel met waarschijnlijk veel transmissies in de bestaande kas met 20 registers op het eerste manuaal, 15 op het tweede en 9 op het pedaal en waarschijnlijk veel pijpwerk van Vollebregt waaronder prestanten, fluiten en de cornet.
In 1933 werd de parochiekerk uitgebreid met een geheel nieuw gedeelte, de huidige parochiekerk, daardoor twee maal zo groot geworden. De toren stond ongeveer vijf meter van de provinciale weg af. Opnieuw werd het orgel uitgebreid en aangepast met een nieuw kegelladesysteem voor de twee manualen en pedaal. De oorspronkelijke orgelkas bleef gehandhaafd terwijl de uitbreidingen daarachter en zodoende niet zichtbaar vanuit de kerk geplaatst werden. L.Verschueren uit Heythuysen komt met een plan waarin 24 registers zijn voorzien en de het membraanladesysteem wordt omgebouwd naar een electro-pneumatische kegellade, met gebruikmaking van de oude pijpen. Er wordt voorgesteld om 7 nieuwe registers te plaatsen en een generaal crescendo. Adviseur is dr.W.Kerssemakers (pr). Er wordt gesproken van uitbreiding naar 24 registers, en dat is vreemd omdat het orgel er meer had. Het zou met de “verdubbelingen” te maken kunnen hebben. Het orgel kwam in de bestaande kast die naar achter moest worden uitgebouwd. Eerst besluit men de speeltafel pneumatisch te laten en niet om te bouwen naar het wisselwindsysteem, later wordt de tractuur tussen speeltafel en de windladen electrisch, en het generaalcrescendo vervalt. Ook de zwelkast, waarin zich het tweede manuaal bevindt, wordt groter. Het werd door L.Verschueren uit Heythuysen met Pasen 1934 voor de som van f 5110,- inclusief tien jaar garantie opgeleverd.
De kerk raakt aan het eind van de oorlog, in 1944, zwaar beschadigd. Daarna is al het puin opgeruimd en de noodgevel en het noodoxaal gebouwd, dat was met Pinksteren 1945 klaar. Dit heeft er gestaan tot 1952. Op 13 april 1952 is de kerk weer in gebruik genomen met het nieuwe kerkfront met klokkestoel en portalen, doopkapel en zangkoor.

De huidige klokkentoren en het huidige orgel dateren uit 1952. Het orgel heeft enkele jaren na de oorlog, tot 1952, op een noodoxaal gestaan. Op de foto van die situatie zien we achter het orgel het ronde raam dat ook in de afsluitende noodgevel zat. Verschueren demonteert het gehavende instrument, slaat het op en komt met het volgende plan: Speeltafel, windvoorziening, ventilator, balg met twee regulateurs, windladen voor pedaal, manuaal II en twee (windladen?) voor manuaal I, een gedeelte van de “jaloussieën” en een deel van de pijpen kunnen opnieuw gebruikt worden, de rest niet. Er wordt een inventarisatie van alle pijpen gemaakt, de conclusie is dat er 9 registers vernieuwd moeten worden. De beschadigde pijpen worden omgesmolten en hiervan worden nieuwe pijpen gemaakt met bijvoeging van tin tot 45 procent. Als adviseur treed dr.P.J.de Bruyn (pr.) op. Mede daardoor ontstaat de huidige dispositie; er moet door Verschueren dus veel vernieuwd worden maar met Kerst 1946 wordt het voor f 13.500,- opgeleverd als opus 158; het aantal registers komt met de toevoeging van de nieuwe hobo 8’ op 25 registers, het pijpwerk van Franssen dat nog bruikbaar is wordt ook gebruikt. In het zwelwerk komen nog twee gedeeltelijke Vollebregt-registers voor: de roerfluit 4’ en de holpijp 8’. In 1986 wordt het orgel gereviseerd door Pels en van Leeuwen. Er wordt veel schoongemaakt, membranen worden vervangen en de speeltafel en de intonatie, met name die van het zwelwerk, worden onder handen genomen.
Resten van snijwerk en beelden bevinden zich in de Abdij van Berne te Heeswijk.


Dispositie 1946:

Manuaal I Manuaal II Pedaal Koppelingen
bourdon 16’
prestant 8’
salicionaal 8’
nachthoorn 8’
octaaf 4’
gemshoorn 4’
kwint 2 2/3’
octaaf 2’
mixtuur 5 st.
trompet 8’
prestant 8’
gamba 8’
celeste 8’
stilgedekt 8’
prestant 4’
roerfluit 4’
woudfluit 2’
nachthoorn 1’
sesquialter 2 st.
hobo 8’
prestantbas 16’
subbas 16’
octaafbas 8’
flluitbas 4’
bazuin 16’
Pedaal plus manuaal I,
Pedaal plus manuaal II,
Pedaal plus manuaal II 4’
Manuaal I plus manuaal II
Manuaal I plus manuaal II 16’
Manuaal I plus manuaal II 4’
Tremolo
Automatisch pedaal, oplosser V
Vaste combinatie P, MF, F, en TT, oplosser
Vrije combinatie, oplosser (is de zelfde oplosser als die van de vaste
combinaties)
Tongwerken af, oplosser

 

Bronnen:
Tot roem van zijn makers Een studie over J.J.Vollebregt en Zoon Meesterorgelmakers te ’s-Hertogenbosch/Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant van Frans Jespers en Ad van Sleuwen.
En: (met dank!): Fa. Verschueren: L.F.M.Verschueren en mevr. M.H.W.Klerks, Heemkundekring Berlicum "De Plaets": Annie van der Heijden Bijnen, Albert Pennings en Tonny van Zoggel.
Wim Reyniers.


Geluidssamples:

Geluidsfragmenten op het grote orgel van de St.Petruskerk gespeeld door Willem Hörmann:

'Ach Herr, mich armen Sunder', Dietrich Buxtehude (1637-1707)

'Da Jesus an den Creutze stund', J.C.F.Fischer

'Da Jesus an dem Kreutze stund', Samuel Scheidt


Dit orgel op YouTube
Opnamen op het orgel gespeeld door Willem Hörmann.


Louis Vierne: Symphonie I pour Grand Orgue op. 14


J. C. F. Fischer: Da Jesus an dem Creutze stund